Overdenkingen met betrekking tot kristallen schedels


AfbeeldingO

Er zijn veel verhalen in omloop over de vermeende wonderbaarlijke kwaliteiten van kristallen schedels, veelgehoorde schrijvers hierover zijn :
Eugène Boban, Mitchell-Hedges.

Mijn fascinatie met schedels was al op jonge leeftijd, lang voordat ik ooit hoorde van diverse theorietjes over de kracht van de schedels.

Wat ik hier over de schedels schrijf, zijn mijn persoonlijke duidingen, los van de bestaande theorietjes.

Onlangs kwam opnieuw de impuls in mij op, om serieus te mediteren met een kristallen schedel, met de intentie om bezig te zijn met de voorouders.

19 augustus 2013 was het eindelijk zover, ik besloot om langs te gaan bij een verkoopster van kristallen, Safira.
Ik had meteen een klik met de verkoopster en een amethist schedel die ze wilde verkopen, de koop was snel rond: ik had uitgelegd dat het mijn intentie was om een schedel te kopen om bezig te gaan met de voorouders.
Later ontving ik van haar een mail:
“Zonet werk ik het kaartsysteem bij dat ik heb van elk van mijn schedels (over elke schedel wannneer en van wie ik die heb gekocht, voor hoeveel, en de ervaringen die ik met hen meemaak) en noteer dat de schedel gisteren naar jou is verhuisd.
En wat lees ik op haar kaart als centrale ervaring genoteerd in mijn eigen handschrift: “Wijze oude grootouder”.

Bij thuiskomst heb ik de schedel gereinigd met Floridawater, en een nieuwe naam gegeven:
Adda-Nari, vanwege de androgyne uitstraling.
Afbeelding

 Bij nader onderzoek bleek dit een verbastering te zijn van Ardhanari
Afbeelding

QUI, mijn inwijdingsschilderij: Calavera


Mijn inwijdings-schilderij ervaar ik als moeilijk toegankelijk, het heeft meerdere verhullende sluiers, en ook nog krachtige Wachters.
Herinneringen:
Ik was de eerste kleinzoon van mijn grootouders, daardoor had ik een speciale band met mijn grootvader.
Op mijn vierde overleed mijn grootvader, ik herinner me nog dat ik als kind op de rechter arm van een tante gedragen werd naar de kamer waar hij lag; grootmoeder zat aan zijn linkerkant te weeklagen.
Volgens mij ben ik destijds niet meegenomen naar de uitvaart, maar omdat mijn moeder de begrafenisdeun wel eens neuriede weet ik dat Chopin’s marche funebre was gespeeld.
Jarenlang heb ik nachtmerries gehad van schedels en geraamtes. Vooral de laatsten wachtten me op in de diepten van de diepe slaap.
Die angsten ben ik pas kwijtgeraakt na de inwijdingsrituelen van het eerste padvinders zomerkamp.
We moesten een voor een door het donker lopen, de route was aangegeven door fakkels op lange afstanden.
Ik ging als eerste, en wist dat ik onderweg schrikmomenten kon verwachten.

Door een onduidelijkheid in de markering van fakkels, schijn ik een stuk afgesneden te hebben en daardoor wat schrikmomenten ontlopen te hebben, maar onderweg moest ik wel mijn angsten voor het donker onder ogen zien.
Aan het einde van deze inwijding was ik mijn angst grotendeels kwijt, daarna had ik telkens bij angstige momenten de herinnering dat ik de ergste angst onder ogen had gezien!
Bij het kijken naar dit schilderij word ik opnieuw geconfronteerd met Calavera de Schedel, de Wachter op de Drempel.
Er is een barriere aan sluiers opgeworpen, een rookgordijn van spreuken en symbolen.
Als ik er te lang naar zou blijven kijken, zou ik gehypnotiseerd raken, verlamd.
Ik loop door en begin weer te schrijven…