Light is the left hand of darkness
and darkness the right hand of light.
Two are one, life and death, lying
together like lovers in kemmer,
like hands joined together,
like the end and the way.
Ursula Leguin
humanism, magick, oracles, shamanism, storytelling
Tag: storytelling
Light is the left hand of darkness
and darkness the right hand of light.
Two are one, life and death, lying
together like lovers in kemmer,
like hands joined together,
like the end and the way.
Ursula Leguin
Alone I stand in the autumn cold
On the tip of Orange Island,
The Xiang flowing northward;
I see a thousand hills crimsoned through,
By their serried woods deep-dyed,
And a hundred barges vying
Over crystal blue waters.
Eagles cleave the air,
Fish glide under the shallow water;
Under freezing skies a million creatures contend in freedom.
Brooding over this immensity,
I ask, on this bondless land
Who rules over man’s destiny?
I was here with a throng of companions,
Vivid yet those crowded months and years.
Young we were, schoolmates,
At life’s full flowering;
Filled with student enthusiasm
Boldly we cast all restraints aside.
Pointing to our mountains and rivers,
Setting people afire with our words,
We counted the mighty no more than muck.
Remember still
How, venturing midstream, we struck the waters
And the waves stayed the speeding boats?
Mao Zedong
Huub Oosterhuis |
De ballingen keren.
Zij keren met blinkende schoven.
Die gingen in rouw
tot aan de einde der aarde,
één voor één, en voorgoed,
die keren in stoeten.
Als beken vol water,
als beken vol toesnellend water,
schietend omlaag van de bergen,
als lachen en juichen.
Die zaaiden in tranen,
die keren met lachen en juichen.
De dode zal leven.
De dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan
en onder stenen bedolven:
dode, dode, sta op,
het licht van de morgen.
Een hand zal ons wenken,
een stem zal ons roepen: Ik open
hemel en aarde en afgrond
en wij zullen horen
en wij zullen opstaan
en lachen en juichen en leven.
Huub Oosterhuis
Als vader weer bladert in zijn fotoboek
dan sta je versteld als hij je vertelt
van de Weesperstraat en de jodenhoek
Als vader verhaalt hoe het leven begon
Bij het ontwaken, handel en zaken
Humor en gein, dat was de levensbron
En had je een dag ‘ns geen mazzel gehad
dan ‘s avonds naar de Tip Top waar je ‘t sores vergat
Soms riep d’r nog een in het nachtelijk uur:
‘k Heb mooie olijven en uitjes in het zuur
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, nog voelt het de pijn
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, want weg is de gein
Als vader verhaalt hoe de sabbath begon
dan sta je versteld als hij je vertelt
hoe de voorzanger ‘Ad-des-jem eilje nowa’ zong
Op het Channeke-feest gingen de kaarsjes weer aan
dan werd er gewenst, door God je gebenscht
en dat het ons allemaal goed weer mocht gaan
Voor er werd geplunderd en uitgeroeid
hebben daar jiddische Jé-ledjes gestoeid
Men noemde hen ras, oh God oh God,
waarom mocht het niet zijn zoals het er was?
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, nog voelt het de pijn
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, want weg is de gein
Op vrijdagavond koegel en peren
Wie dat niet nascht, die kan het ook niet waarderen
Het boek gaat dicht en met een traan in zijn ogen
fluistert hij zachtjes: mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Zwarte Riek
Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.
“Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?”
“Siehst, Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif?”
“Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif.”‘
“Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel’ ich mit dir;
Manch’ bunte Blumen sind an dem Strand,
Meine Mutter hat manch gülden Gewand.”
“Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht?”
“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;
In dürren Blättern säuselt der Wind.”
“Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn,
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.”
“Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort?”
“Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau.”
“Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt.”
“Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!”
Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,
Er hält in Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Müh’ und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.
Goethe
Daar waar ik aan wal kom
zal mijn vlucht landen
zal ik me aan de kademuur
ketenen met deze handen
die geroeid hebben om ver
te komen zonder paspoort
weggeworpen tussen
de kaken van een haai
om een route te vinden naar
welk oord dan ook behalve
dat wat me stoorde in een
demonische droom waarin ik
bezeten werd door de greep
van doelloze hoop waaraan ik
ontglipte toen ik de sloep
die nu aan m’n voeten water maakt
om onontkoombaar onder te gaan
ontdekte, waarna ik me vastklampend
zwoegend ben doorgegaan tot
deze haven die ik thans nader
waar ik spoedig zwaaiend
op mijn plaats zal staan als
een vuurtoren voor de vloot die
komen zal en ik kondig aan
Na mij nog velen die oversteken
en op hen zal ik wachten
De meest eenvoudige vorm van trance-reis?
Stel je voor, een kampvuur met een verhalenverteller…
Je begint tijdens het verhaal weg te dromen, en wordt zo in het verhaal meegezogen alsof je het zelf meemaakt.
Lewis Caroll beschrijft in Alice in Wonderland, en in Through the Looking-Glass in feite ook een trance-reis.
Een trance kan varieren van licht naar diep; in de lichte vorm ben je grotendeels nog bewust van je omgeving en je rationele processen, in de diepste vormen ben je helemaal in ‘de andere werkelijkheid’ en kan het gebeuren dat iemand anders je moet helpen om weer terug te komen in ‘de normale werkelijkheid’
I am a Stag: of seven tines
I am a Flood: across a plain
I am a Wind: upon the waves
I am a Tear: the sun lets fall
I am a Hawk: above the cliff
I am a Thorn: beneath the nail
I am a Wonder: among flowers
I am a Wizard: who but I
sets the cool head aflame?I am a Spear: that roars for blood
I am a Salmon: in a pool
I am a Lure: from Paradise
I am a Hill: where poets walk
I am a Boar: ruthless and red
I am a Breaker: threatening doom
I am a Tide: that drags to death
I am an Infant: who but I
peeps from the unhewn dolman arch?I am the Womb: of every holt
I am the Blaze: on every hill
I am the Queen: of every hive
I am the Shield: for every head
I am the tomb: of every hope

|
Welzijnswerk in Amsterdam Westerpark
author + reader
You must be logged in to post a comment.