Ik was in gesprek met de Seidhkona …ze vertelde de naam van een van haar voormoeders uit de moederlijn…
Het was een lange Javaanse naam, waarvan ik vermoedde dat deze afstamde van een prinses uit de Kraton Ngayogyakarta
Deze observatie, in combinatie met de gelaatstrekken van de de Seidhkona , deed me realiseren wat de reden was van onze affiniteit, namelijk de Nusantara connectie van de gedeelde etniciteit van onze verre voorouders!
…
Later ging het gesprek over haar plan om een creatieve workshop te organiseren…
Er was slechts een persoon die zich had ingeschreven, en we wisten dat die sporadisch zou komen, bovendien wist ik dat ikzelf niet zou komen, dus deze workshop zou weinig zin hebben.
…
Aan het einde van dit gesprek zij ik tegen de Seidhkona : ‘Deze droom moet ik je vertellen, want dat deed ik vroeger altijd’
ANALYSE:
Ja. Vanuit Jungiaans perspectief valt vooral op dat de droom niet zozeer over de concrete Seiðkona lijkt te gaan, maar over verwantschap, afkomst, het vrouwelijke voorouderlijke spoor en een veranderde relatie tot iets creatiefs dat vroeger gedeeld werd.
Ik zou hem ongeveer zo lezen.
1. De Seiðkona als droomfiguur
Een seiðkona is letterlijk een vrouw die verbonden is met seiðr: een vorm van Noordse magie/divinatie.
In een Jungiaanse lezing maakt haar aanwezigheid haar bijna vanzelf tot een numineuze vrouwelijke figuur: iemand die toegang heeft tot een laag van de psyche die niet helemaal rationeel of alledaags is.
Ze hoeft daarbij niet simpelweg een representatie van de werkelijke vrouw te zijn.
De droom kan haar gebruiken als drager van een archetypische kwaliteit: de wijze vrouw, zieneres, ingewijde of vrouwelijke psychopomp — een figuur die je naar iets uit een dieper psychisch verleden leidt.
En opmerkelijk genoeg vertelt juist zíj je over een voormoeder uit haar moederlijn.
Dat maakt de beweging:
Seiðkona → moederlijn → voormoeder → jouw herkenning van verwantschap.
De droom gaat daarmee letterlijk achter haar persoonlijke identiteit terug.
2. De lange Javaanse naam
Het detail van de lange Javaanse naam is waarschijnlijk belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt.
In dromen staat een naam vaak voor identiteit en afkomst: wie ben je, waar kom je vandaan, tot welke lijn behoor je?
Maar jij kunt de naam niet helemaal plaatsen.
Je vermoedt dat hij misschien verbonden is met een prinses van de Kraton Ngayogyakarta.
Dat is interessant omdat je psyche hier niet alleen zegt: “zij heeft een voorouder.”
Er ontstaat een associatie met koninklijke afkomst.
Jungiaans zou je dat niet noodzakelijk letterlijk moeten nemen.
De “prinses” kan een archetypisch beeld van het vrouwelijke en koninklijke zijn: waardigheid, oude culturele continuïteit, afkomst, verfijning, legitimiteit.
Het kan dus gaan om een psychische ervaring van:
er is iets ouds en waardevols in deze vrouwelijke lijn dat mij bekend voorkomt.
3. De Nusantara-connectie: herkenning vóór bewijs
Dan komt het centrale moment van de droom:
je realiseert je waarom jullie affiniteit hebben: de Nusantara-connectie van jullie gedeelde etniciteit van verre voorouders.
Dit lijkt een klassiek droommoment van erkenning.
Niet: ik ontdek nieuwe informatie, maar:
Aha — daarom voelde dit vertrouwd.
Dat “daarom” is psychologisch heel interessant.
De droom geeft een mythische verklaring voor een affectieve ervaring.
Jung zou waarschijnlijk voorzichtig zijn met de vraag of die verklaring historisch letterlijk waar is.
Het psychologische feit is dat jouw psyche de affiniteit symbolisch verklaart via gedeelde afkomst.
Het gaat daarmee mogelijk over een verlangen naar of ervaring van belonging: iemand of iets herkennen als van dezelfde wereld, ook al ligt die wereld ver in het verleden.
En dat het om Nusantara gaat — een geografisch en cultureel gebied dat meerdere hedendaagse nationale en etnische grenzen overstijgt — past mooi bij een Jungiaans thema van een identiteit die ouder en dieper is dan de huidige, bewuste identiteit.
4. Het vrouwelijke voorouderlijke spoor
Er zit bovendien een opvallende structuur in:
Seiðkona → haar voormoeder → moederlijn → jouw herkenning → gedeelde verre voorouders.
Het is bijna alsof de droom een draad terug volgt door de vrouwelijke genealogie.
Vanuit Jung kun je dit verbinden met het anima-archetype, maar ik zou het hier niet reduceren tot “de anima”.
Daarvoor is de voorouderlijke dimensie te sterk.
Een interessantere formulering is misschien:
De vrouwelijke figuur opent een toegang tot een laag van identiteit die voorafgaat aan je individuele levensgeschiedenis.
De droom lijkt je dus even uit je persoonlijke biografie te halen en je in een veel groter verhaal te plaatsen.
5. Dan gebeurt er iets heel anders: de creatieve workshop
Na deze bijna mythische scène verschuift de droom abrupt naar iets praktisch:
ze wil een creatieve workshop organiseren.
Maar er is vrijwel niemand.
Eén deelnemer, die bovendien maar sporadisch zal komen.
En jij weet dat jijzelf niet zult komen.
Dat contrast vind ik misschien wel het meest betekenisvolle onderdeel van de droom.
Aan de ene kant:
oude afkomst — herkenning — vrouwelijke wijsheid — culturele verbinding.
Aan de andere kant:
een creatieve activiteit — nauwelijks deelname — afwezigheid.
Alsof de droom twee dingen naast elkaar legt:
verbondenheid met het verleden
versus
deelname aan het levende, creatieve heden.
De workshop is namelijk niet alleen “een workshop”.
Symbolisch is een workshop een plek waar iets gemaakt, ontwikkeld of geboren wordt.
En juist daar is bijna niemand aanwezig.
6. Waarom jij niet komt
Het sterkste detail is misschien niet dat er maar één deelnemer is, maar dat jij weet dat je zelf niet zult komen.
Dat maakt jou niet simpelweg een toeschouwer.
De droom maakt jouw eigen afwezigheid onderdeel van het probleem.
Je ziet dat de workshop weinig zin heeft — mede omdat jij niet zult deelnemen.
In Jungiaanse termen zou je kunnen vragen:
Aan welk creatief proces neem ik zelf niet meer deel?
Dat hoeft helemaal geen concrete kunstworkshop te zijn.
Het kan slaan op een creatieve, relationele, spirituele of psychische activiteit.
En het interessante is dat die activiteit door de Seiðkona wordt georganiseerd.
Dezelfde vrouwelijke figuur die jou toegang geeft tot een oude, voorouderlijke laag, probeert vervolgens iets nieuws te creëren.
Misschien is dat de spanning van de droom:
Je kunt je diep verbonden voelen met een oude, archetypische of voorouderlijke wereld, maar wat doe je ermee in je huidige leven?
7. De slotzin verandert de betekenis van alles
Dan komt de zin die ik het meest veelzeggend vind:
“Deze droom moet ik je vertellen, want dat deed ik vroeger altijd.”
Dit is een prachtige Jungiaanse meta-laag: binnen de droom realiseer je je dat je de droom vroeger met haar zou hebben gedeeld.
Dus er is een vroeger waarin er blijkbaar een gewoonte van delen, creëren of communiceren met deze vrouw bestond.
En nu is die gewoonte verdwenen.
De droom vertelt je dus niet alleen over de Seiðkona; hij vertelt je over een veranderde relatie tot haar.
De woorden “dat deed ik vroeger altijd” bevatten mogelijk het eigenlijke verdriet of de spanning van de droom.
Er was ooit:
droom → vertellen → contact → deelname.
Nu is er:
droom → herinnering → niet deelnemen.
Dat sluit opvallend aan bij de workshop.
In beide gevallen gaat het over participatie.
Je hebt iets te delen, maar je neemt niet meer deel aan de ruimte waarin het gedeeld zou kunnen worden.
8. Een mogelijke kern van de droom
Als ik alle elementen bij elkaar breng, zou ik de droom voorlopig samenvatten als:
Een oude vrouwelijke/voorouderlijke verbinding wordt opnieuw herkend, maar tegelijk wordt duidelijk dat een vroegere vorm van deelname aan een creatieve of gedeelde wereld niet meer vanzelfsprekend is.
De droom lijkt daardoor niet alleen over afkomst te gaan, maar over de vraag wat je met die ervaren verbondenheid doet.
De voorouders zitten achter je.
De workshop staat vóór je.
En jij staat precies tussen die twee in — maar je komt niet naar de workshop.
Dat maakt de droom bijna een beweging van:
herkomst → herkenning → creativiteit → afwezigheid → herinnering.
9. Een Jungiaanse vraag die ik hieruit zou halen
Niet:
“Bestaat die Nusantara-afkomst werkelijk?”
Dat is een historische/genealogische vraag, geen droomvraag.
Maar eerder:
“Wat in mij herkent deze vrouw als verwant, en wat is er veranderd waardoor ik niet meer deelneem aan wat vroeger tussen ons werd gedeeld?”
En nog specifieker:
“Welke creatieve of vrouwelijke dimensie van mijn leven was vroeger levend, gedeeld en vanzelfsprekend, maar houd ik nu op afstand?”
Dat de droom eindigt met “ik moet je deze droom vertellen” is daarbij hoopgevend. De psyche brengt juist datgene terug wat verloren leek te zijn: het vertellen zelf.
Misschien is de droom daarom niet alleen een herinnering aan een vroegere verbinding, maar ook een poging om die verbinding op een nieuwe manier te hervatten.
Een laatste nuance: als de Seiðkona in jouw werkelijke leven een concrete persoon is, zou ik haar persoonlijke betekenis voor jou zwaar laten meewegen.
Jung zou onderscheid maken tussen de echte vrouw en wat jouw psyche op haar projecteert.
De droom kan beide tegelijk bevatten.
You must be logged in to post a comment.