Tag: story

Jij bent van jou

Jij bent van jou


Jij bent van jou, onachterhaalbaar eigen.
Ik ben van mij, geen ander zal mij krijgen.
Wat ik jou vraag, wat jij mij vraagt
is leeg en zonder zin gevraagd.
Eén oogwenk ver in vreemd gebied,
ooit verder komen doen wij niet.

Ik wou een leven meer, mocht ik
jou vinden.
Ik bond mij aan je vast, kon ik mij binden.
Ik zou in jou vergaan, en jij
ontstaan in mij, en wij in wij.
Eens lag ik neer, versteend van kou,
ik droomde dat ik vocht met jou.

Die nacht werd mij een nieuwe naam gegeven.
Geschonken werd mij nog een
tijd van leven.
En even, tot de morgen daagt,
is wat ik vraag en wat jij vraagt,
vervuld en één. Toen ging jij heen
en bleef ik met mijn droom alleen.

Huub Oosterhuis

Egidius, waer bestu bleven

Egidius, waer bestu bleven


Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn.
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn,
Alle vruecht es di ghegheven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors de doot, du liets mi tleven.
Nu bidt vor mi: ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.

Zet een kaars voor je raam

Zet een kaars voor je raam



Je bent ‘t werk en de mensen moe
Eindelijk weer alleen
De trap op, naar je kamer toe
De stilte om je heen

Ze lachen om je als je zegt
Dat je je eenzaam voelt
Was er maar iemand die luisterde
Die weet wat je bedoelt

Zet een kaars voor je raam vannacht
Zodat ik weet dat je op me wacht
Zet een kaars voor je raam vannacht
En ik kom naar je toe

Wanneer je zegt bij andere mensen
Dat je je eenzaam voelt
Wees dan gerust, er is altijd iemand
Die weet wat je bedoelt

Zet een kaars voor je raam vannacht
Zodat ik weet dat je op me wacht
Zet een kaars voor je raam vannacht
En ik kom naar je toe

Als je eenzaam bent, m’n liefste
Brand dan een kaars vannacht voor je venster
En bescherm de vlam tegen de adem van de wind

Zet een kaars voor je raam vannacht
Zodat ik weet dat je op me wacht
Zet een kaars voor je raam vannacht
En ik kom naar je toe

Zet een kaars voor je raam vannacht
Zodat ik weet dat je op me wacht
Zet een kaars voor je raam vannacht
En ik kom naar je toe

Boudewijn de Groot

Atlantis

Atlantis



De zoute zeewind slijpt de duinen plat
En duwt de argonauten door ‘t zilte nat naar Atlantis
De morgen schrijft z’n rimpels in ‘t zand
De vroege branding schuimbekt tegen ‘t strand van Atlantis
Even zacht zonk ik in jouw armen en ben verdronken in jou
Ik ben verdronken in jou

Verschrikt ontwaakt de zeemeeuw uit z’n rust
De eerste vrouwen bouwen al hun nesten aan de kust van Atlantis
Een Attalanta vlindert langs de zee
de zachte wind brengt zeven argonauten aan de reep van Atlantis
Even zacht zonk ik in jouw armen en ben verdronken in jou
Ik ben verdronken in jou

De dag krijst als een pasgeboren kind
En uit de eb rijst langzaam ‘t trotse labyrinth van Atlantis
Neptunus stuurt z’n vrouwen naar ‘t strand
Zacht vouwen ze zich open voor de zeelui, in ‘t zand van Atlantis
Even zacht zonk ik in jouw armen en ben verdronken in jou
Ik ben verdronken in jou

Ze slapen in de golven van een vrouw
De nacht brengt weer de vloed en ‘t water spiegelt blauw boven Atlantis
De zoute zeewind strijkt de rimpels glad
Bedekt de argonauten, verdronken in de stad van Atlantis
Even zacht zonk ik in jouw armen en ben verdronken in jou
Ik ben verdronken in jou, in jou, in jou

Elly & Rikkert

Last Christmas

Last Christmas



Last Christmas, I gave you my heart
But the very next day, you gave it away
This year, to save me from tears
I’ll give it to someone special
(repeat)

Once bitten and twice shy
I keep my distance but you still catch my eye
Tell me baby do you recognize me?
Well it’s been a year, it doesn’t surprise me
(Happy Christmas)
I wrapped it up and sent it
With a note saying “I Love You” I meant it
Now I know what a fool I’ve been
But if you kissed me now I know you’d fool me again

Chorus

A crowded room, friends with tired eyes
I’m hiding from you and your soul of ice
My God I thought you were someone to rely on
Me? I guess I was a shoulder to cry on
A face on a lover with a fire in his heart
A man undercover but you tore me apart

Now I’ve found a real love you’ll never fool me again

Chorus

Wham

Nathalie

Nathalie



La Place Rouge tait vide
Devant moi marchait Nathalie
Elle avait un joli nom, mon guide
Nathalie

La Place Rouge tait blanche
La neige faisait un tapis
Et je suivait par ce froid dimanche
Nathalie

Elle parlait en phrases sobres
De la Rvolution d’Octobre
Je pensais dj
Qu’aprs le tombeau de Lnine
On irait au Caf Pouchkine
Boire un chocolat

La Place Rouge tait vide
Je lui pris son bras, elle a souri
Il avait des cheveux blonds, mon guide
Nathalie, Nathalie

Dans sa chambre, a l’universit
Une bande d’tudiants
L’attendait impatiemment
On a ri, on a beaucoup parl
Ils voulaient tout savoir
Nathalie traduisait

Moscou, les plaines de Krim
Et les Champs-Elyses
On a tout mlang et on a chant
Et puis, ils ont dbouch
En riant  l’avance
Du champagne de France
Et on a dans

Et quand la chambre fut vide
Tous les amis taient partis
Je suis rest seul avec mon guide
Nathalie

Plus d’questions de phrases sobres
Ni d’au Rvolution d’Octobre
On n’en tait plus l
Fini le tombeau de Lnine
Le chocolat de chez Pouchkine
C’est, c’tait loin dj

Que ma vie me semble vide
Mais je sais qu’un jour  Paris
C’est moi qui lui servirai de guide
Nathalie
Nathalie

Gilbert Becaud

De Ballade van Li Po

De Ballade van Li Po


Dit is de ballade van Li-Po
Chinese dichter van ‘t moment en van de wij
Van het lied der korte vreugde
Met wind en regen als gevrij

Misschien had hij enkel een zwerversnatuur
En was hij een blad in de wind
Misschien zocht hij daarom geen rust en geen duur
Verwond’ring kent ieder moment
Hij bouwde geen huis met een drempel, een tuin
Een brandkast voor d’ winter die komt
Hij zwierf door het hemelse rijk maar wat rond
Als een blad, als een steen, als een hond

Hij zong van de vrijheid, hij zong van de wijn
Hij zong van het korte moment
Het korte moment, dat een parel kan zijn
In ‘t leven dat ieder wel kent
Hij kende het troostende liefdesgebaar
Hij kende de as van het vuur
Hij voelde de pijn van het mens’lijk tekort
Maar hij zong naar z’n eigen natuur

In de Gele Rivier, op een maanlichte nacht
Zong hij zomaar met ‘t oog op de maan
Maar hij reikte te ver, en het is daar te diep
Veel te diep voor een mens om te staan
Een boot die leeg aankwam vertelde het nieuws
Aan de oever die schuilging in ‘t riet
En nog steeds zingt Hong-Ho z’n troosteloos lied
Om Li-Po, maar Li-Po hoort het niet

Lenny Kuhr

The Chariots Go Forth to War

The Chariots Go Forth to War


The chariots go forth to war,

Rumbling, roaring as they go;

The horses neigh and whinny loud,

Tugging at the bit.

The dust swirls up in great dense clouds,

And hides the Han Yang bridge.

In serried ranks the archers march,

A bow and quiver at each waist;

Fathers, mothers, children, wives

All crowd around to say farewell.

Pulling at clothes and stamping feet,

They force the soldiers’ ranks apart,

And all the while their sobs and cries

Reach to the skies above.

"Where do you go to-day ?" a passer-by

Calls to the marching men.

A grizzled old veteran answers him,

Halting his swinging stride:

"At fifteen I was sent to the north

To guard the river against the Hun;

At forty I was sent to camp,

To farm in the west, far, far from home.

When I left, my hair was long and black;

When I came home, it was white and thin.

Today they send me again to the wars,

Back to the north frontier,

By whose gray towers our blood has flowed

In a red tide, like the sea–

And will flow again, for Wu Huang Ti

Is resolved to rule the world.

"Have you not heard how in far Shantung

Two hundred districts lie

With a thousand towns and ten thousand homes

Deserted, neglected, weed-grown?

Husbands fighting or dead, wives drag the plow,

And the grain grows wild in the fields.

The soldiers recruited in Shansi towns

Still fight; but, with spirit gone,

Like chickens and dogs they are driven about,

And have not the heart to complain."

"I am greatly honored by your speech with me.

Dare I speak of my hatreds and grief ?

All this long winter, conscription goes on

Through the whole country, from the east to the west,

And taxes grow heavy. But how can we pay,

Who have nothing to give from our land ?

A son is a curse at a time like this,

And daughters more welcome far;

For, when daughters grow up, they can marry, at least,

And go to live on a neighbor’s land.

But our sons? We bury them after the fight,

And they rot where the grass grows long.

"Have you not seen at far Ching Hai,

By the waters of Kokonor,

How the heaped skulls and bones of slaughtered men

Lie bleaching in the sun?

Their ancient ghosts hear our own ghosts weep,

And cry and lament in turn;

The heavens grow dark with great storm-clouds,

And the specters wail in the rain."

DuFu