
Op een avond waarop de stad langzaam tot rust komt, verzamelen de Sibylles van de Staatsliedenbuurt zich.
Ze komen niet uit één traditie, maar uit vele werelden.
Iedereen brengt iets mee: een gebed, een lied, een symbool, een beweging, een verhaal dat al generaties lang wordt doorgegeven.
In het midden staat een paard, wit als een leeg vel papier.
Het kijkt niet naar het verleden, maar naar wat nog moet komen.
Zijn open mond lijkt een boodschap te bewaren.
De eerste Sibylle steekt haar handen omhoog.
Ze luistert naar de wind.
Een tweede beweegt langzaam, alsof ze water tussen haar vingers voelt stromen.
Een derde sluit haar ogen en spreekt woorden die niemand helemaal begrijpt, maar die toch vertrouwd klinken. Rondom hen klinkt muziek uit verre landen.
Er wordt gebeden, gezongen, gemediteerd en gedanst.
Dan verschijnt er een visioen.
De Sibylles zien de Staatsliedenbuurt over honderd jaar.
De straten zijn groener. Huizen zijn verbonden met tuinen en pleinen.
Mensen van verschillende leeftijden, afkomst, overtuigingen en sociale werelden ontmoeten elkaar.
Niemand hoeft zijn eigen traditie achter te laten om deel te worden van de gemeenschap.
De Sibylles zien ook de Nassaukerk.
Tweehonderd jaar oud, maar nog altijd een plek waar mensen samenkomen.
Niet alleen voor één geloof, maar voor ontmoeting, bezinning, ritueel, kunst en gesprek.
Een van hen vraagt: *“Wat zal er gebeuren?”*
De oudste Sibylle glimlacht.
*“Wij voorspellen geen toekomst. Wij luisteren ernaar.”*
Het paard heft zijn hoofd. De wereld wordt stil.
Dan spreekt de Sibylle haar laatste woorden:
**“De toekomst verschijnt daar waar mensen elkaar werkelijk zien.”**
En langzaam gaan de Sibylles uiteen, terug naar hun huizen, hun rituelen en hun dromen — met de toekomst als een nog onbeschreven verhaal.
ping:

