Tag: martial arts

Whitecrane magick

Whitecrane magick


The paper crane has become an international symbol of peace in recent years as a result of it’s connection to the story of a young Japanese girl named Sadako Sasaki born in 1943.
Sadako was two years old when the atom bomb was dropped on Hiroshima, Japan on August 6, 1945.
As she grew up, Sadako was a strong, courageous and athletic girl. In 1955, at age 11, while practicing for a big race, she became dizzy and fell to the ground.
Sadako was diagnosed with Leukemia, "the atom bomb" disease.
Sadako’s best friend told her of an old Japanese legend which said that anyone who folds a thousand paper cranes would be granted a wish. Sadako hoped that the gods would grant her a wish to get well so that she could run again. She started to work on the paper cranes and completed over 1000 before dying on October 25, 1955 at the age of twelve.

The point is that she never gave up.
She continued to make paper cranes until she died.
Inspired by her courage and strength,
Sadako’s friends and classmates put together a book of her letters and published it.
They began to dream of building a monument to Sadako and all of the children killed by the atom bomb.
Young people all over Japan helped collect money for the project.

In 1958, a statue of Sadako holding a golden crane was unveiled in Hiroshima Peace Park. The children also made a wish which is inscribed at the bottom of the statue and reads:

"This is our cry, This is our prayer, Peace in the world".

Today, people all over the world fold paper cranes and send them to Sadako’s monument in Hiroshima.

http://www.sadako.org/

Taijiquan & Yi Jing

Taijiquan & Yi Jing


Acht technieken, trigrammen & windrichtingen

Peng: “afweren”: een backhand-achtige beweging; met de rug van de gebogen arm wordt een afweer (tegen de armen) of slag gedaan (tegen de romp). Een expansieve, explosieve techniek (afweer en/of slag
Qian: “hemel”: drie yang-lijnen., extreem hard. Het Zuiden.

Lu: “terugdraaien”: meegeven met de inkomende kracht, om deze vervolgens zijwaarts achter je naar de grond te leiden. Een terugtrekkende, meegevende beweging (balansverstoring)
Kun: “aarde”: drie yin-lijnen, extreem zacht. Het Noorden.

Ji: “persen”: beide handen bewegen naar elkaar, waarbij een kwetsbaar lichaamsdeel van de tegenpartij wordt samengeperst. (dubbele slag, klem).
Kan: “water”: een yang-lijn, ingeklemd tussen twee yin-lijnen: van buiten gezien extreem zacht, maar van binnen verborgen hardheid. Het Westen.

An: “duwen”: met een of twee handen duw je tegen de armen (om een aanval te neutraliseren) of de romp (om een slag te leveren met de open hand) van de tegenpartij. (afweer en/of slag)
Li: “vuur”: een yin-lijn, ingeklemd tussen twee yang-lijnen: van buiten gezien extreem hard, maar van binnen verborgen zachtheid. Het Oosten.

Cai: “grijpen”: de elleboog of pols van de tegenpartij grijpen, om deze in de gewenste richting te brengen. (balansverstoring, klemmen, breken).
Sun: “wind”: twee yang-lijnen boven een yin-lijn: voornamelijk hard, met zachte mogelijkheden: Het Zuidwesten.

Lieh: “splijten”: beide armen bewegen zich in tegengestelde richting, alsof je iets uit elkaar trekt; de bedoeling is met de ene hand een arm van de tegenpartij te grijpen, terwijl de andere hand een slag plaatst op de romp. (slag en greep-combinatie).
Zhen: “donder”: twee yin-lijnen boven een yang-lijn: voornamelijk zacht, met harde mogelijkheden. Het Noordoosten.

Zou: “elleboog”: de elleboog gebruiken om een stoot te leveren of om een greep te neutraliseren. (stoot of neutralisatie).
Dui: “meer”: een yin-lijn boven twee yang-lijnen: Zachtheid verbergt grote hardheid.Het Zuidoosten.

Kao: “botsen”: een onderdeel van het lichaam (schouder, rug, heup, dij, knie, borstkast, bil) gebruiken om op korte afstand de tegenpartij uit balans te brengen.
Gen: “berg”: een yang-lijn boven twee yin-lijnen: Hardheid verbergt grote zachtheid: Het Noordwesten.

De vijf posities & elementen
Jin Bu: “stap voorwaarts”: wanneer de tegenpartij zich uit een benarde positie wil terugdraaien, blijf je hem achtervolgen en klemzetten. Chin: “metaal”: verslaat “hout” en produceert “water”.

Tui Bu: “stap achterwaarts”: wanneer de tegenpartij met nadruk een aanval op je uitvoert, trek je terug om de aanval te neutraliseren. Mu: “hout”: verslaat “aarde” en produceert “vuur”.

Zuo Gu: “kijk naar links”: wendt je naar de linkerflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren. Shui: “water”: verslaat “vuur” en produceert “hout”.

You Pan: “kijk naar rechts”: wendt je naar de rechterflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren. Huo: “vuur”: verslaat “metaal” en produceert “aarde”.

Zhung Ding: “stabiliseer het centrum”: onder alle omstandigheden moet je balans en je zwaartepunt goed in je centrum zitten, dwz in je buik Tu: “aarde” verslaat “water” en produceert “metaal”.

De acht poorten (Ba men)
In de primaire rangordening der trigrammen volgens de volgorde van Fu Xi, zijn de trigrammen geordend in complementaire paren tegenover elkaar, waarbij de bovenzijde van het schema naar het zuiden is gericht.
De rangordening van Fu Hsi verwijst naar de relatie en interactie van de trigrammen voordat het scheppings-proces de archetypen doet indalen in de materie.
In de feng shui (geomantie) wordt gebruik gemaakt van de rangordening van Fu Hsi bij de inrichting van graf-heuvels.
Bij de inrichting van gewone huizen gebruik gemaakt wordt van een volkomen andere rangordening, namelijk die van koning Wen, die verwijst naar de relatie en interactie van de trigrammen nadat het scheppingsproces de archetypen werkzaam maakt in de materie.
Bij het beoefenen van de Taijiquan vorm wordt gebruik gemaakt van de ordening van Fu Xi: begin je in het centrum met het gezicht naar het zuiden, je moet je bewust blijven van de acht windrichtingen. Tijdens de beoefening van de vorm verander je continu van richting, waardoor je alle acht richtingen doorloopt. Elke beweging en houding van de vorm is een antwoord op een actie van een onzichtbare tegenstander vanuit één van de acht richtingen.

Mijn Reis door Zingeving

Mijn Reis door Zingeving


Mijn voorouders kwamen omstreeks 1800 vanuit Fujian (zuidchina) naar Java, mijn ouders gingen in de vijftiger jaren naar Nederland, zodat ik in Naarden werd geboren.
Van mijn zesde tot mijn dertiende jaar heb ik gewoond te Yogyakarta (Midden-Java), daarna ging ons gezin weer terug naar Nederland.

Ik heb me verdiept in Westerse Esoterie (met name Golden Dawn) en Oosterse Esoterie (taijiquan, qigong).

In deze fase van mijn leven verdiep ik me het meeste in het archetype van de Xia, vergelijkbaar met het archetype van de krijger-sjamaan.

Verder voel ik me zeer geinspireerd door Starhawk
vanwege de verbanden die zij legt tussen esoterie en politieke actie.

Ik heb een ambivalente houding mbt Abrahamisme (Joden, Christenen, Moslims):
Ik stel me critisch op tegenover Zionisme, maar heb bewondering voor van andere aspecten van Jodendom (zoals het Chassidisme, vertolkt door Martin Buber).
Evenzeer ben ik kritisch tegenover de Christelijke Kerk, maar voel me toch wel geinspireerd door de evangelien (de officiele & de apocrieve).
De Qur’an kom ik niet doorheen, maar bepaalde Moslim-schrijfers (zoals Djalla-udin Rumi, Omar Khayyam) vind ik heel bijzonder.

Sowieso ben ik critisch mbt geïnstitutionaliseerde godsdiensten en filosofieën, of het nu Abrahamisme betreft of andere *.ismen!

Dezelfde critische houding heb ik ook mbt ‘mainstream’ paganisme, of het nu Wicca (Gardnerian, Alexandrian, whatever) of Asatru betreft.

Meditatie en Krijgskunst

Meditatie en Krijgskunst


Zen is de japanse versie van Ch’an; Ch’an is de chinese versie van dhyana, een specifieke meditatievorm: ‘zit stil en doe niets’.
De oervorm van Dhyana kan je terugvinden in de Bhagavat Gita
In het kort komt de techniek er op neer, dat je probeert om voortdurend bewust te blijven bij al je fysieke en psychische processen, niet alleen tijdens meditatie maar ook tijdens het dagelijkse handelen (eten, vrijen, werken etc).
Vanouds is er een verband gelegd tussen Zen & Krijgskunst, het was een meditatievorm die de samurai zeer aansprak. Miyamoto Musashi is een goed voorbeeld!
Hetzelfde verband kan je leggen tussen de oervorm Dhyana en Krijgskunst:
in de Bhagavad Gita spreekt de wagenmenner Krishna met de krijgsheer Arjuna over de manier waarop hij ten midden van de burgeroorlog toch zijn meditatie kon beoefenen.
Het bedrijven van de combinatie Meditatie & Krijgskunst is een leefwijze, die in de oorspronkelijke vorm haaks staat op Flower Power/New Age; in moderne ogen is iemand als Musashi een zwervende seriemoordenaar.
En bedenk eens, hoeveel Japanse militairen waren er tijdens de Wereldoorlog niet geinspireerd door de Bushido-versie van Zen?
De oervorm van de Bushido-filosofie is de filosofie van de Xia: deze verwijst naar het concept van een rechtvaardig mens die vanuit zijn/haar innerlijke waarheid onrecht desnoods met geweld bestrijdt.
In tegenstelling tot de Bushido, staat de Xia los van het feodale stelsel; er is nadruk op trouw aan eigen overtuiging in plaats van trouw aan ‘het bevoegd gezag’.

De weg van de Krijger-Sjamaan

De weg van de Krijger-Sjamaan


In mijn visie beschouw ik de esoterische vechtkunsten (Taiji, Bagua, Xingyi) als methodes om door middel van vechtkunsten tot geestelijke bewustwording te komen.
Als je bezig bent met vechtkunst, kom je de volgende leerpunten tegen: Angst en agressie in jezelf en in je opponent.
Een algemene ethische regel bij de vechtkunst is, dat fysiek geweld pas in allerlaatste instantie als oplossing wordt aangeboden.
In eerste instantie gaat het er om, een situatie waarin geweld zou kunnen ontstaan, te herkennen en te vermijden; wanneer de situatie onvermijdelijk zou zijn, is het streven om met een minimum aan geweld de aanvaller onschadelijk te maken.
Naast de toepassing van de vechtkunst in een daadwerkelijk gevecht, word je ook getraind in een specifieke geesteshouding, die ook van toepassing zou moeten zijn in het dagelijkse leven: een houding van alertheid, het vermogen om stress-situaties te onderkennen en te neutraliseren.
Nog verder gaat de esoterische training van de geest: Het fysieke beoefenen van vechtkunst kan je in geestelijke zin ook gebruiken als metafoor in het omgaan met geestelijke problemen.