Tag: magick

Egidius, waer bestu bleven

Egidius, waer bestu bleven


Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn.
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn,
Alle vruecht es di ghegheven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors de doot, du liets mi tleven.
Nu bidt vor mi: ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.

Spiegelmagie

Spiegelmagie


Bij Spiegelmagie is, zoals bij alle vormen van esoterie, volgens mij de intentie belangrijker dan de methode.

Wat betreft de gevaren van de methode: het grootste gevaar is volgens mij niet hetgeen van buiten komt, maar wat van binnen reeds aanwezig is aan onverwerkte emoties (angsten en verlangens).

Je kan Droomreizen, Schouwen, Oproepen, etc…

Als ik lang naar mijn spiegelbeeld kijk, dan vervormt het beeld, hetzelfde gebeurt als ik lang naar een gezicht kijk.
Het zou gezichtsbedrog kunnen zijn, op dezelfde manier dat je in wolken landschappen kan zien.
Maar hetgeen je ‘ziet’ , kan iets zeggen over jezelf.

Midwinter

Midwinter


WINTER, a sharp bitter day
the robin turns plump against the cold
the sun is weak
silver faded from gold
he is late in his coming
and short in his stay

Man, beast, bird and air all purging, all cleansing,
earth already purified awaits the rite of spring
Her bridal gown a virgin snow and frosts in her hair
A snowdrop by the road today
bowed gracefully and high upon the wing
up in the sparkling nothingness,
a lone bird began to sing
Can gentle spring be far away?

Tommy Maken

De Ballade van Li Po

De Ballade van Li Po


Dit is de ballade van Li-Po
Chinese dichter van ‘t moment en van de wij
Van het lied der korte vreugde
Met wind en regen als gevrij

Misschien had hij enkel een zwerversnatuur
En was hij een blad in de wind
Misschien zocht hij daarom geen rust en geen duur
Verwond’ring kent ieder moment
Hij bouwde geen huis met een drempel, een tuin
Een brandkast voor d’ winter die komt
Hij zwierf door het hemelse rijk maar wat rond
Als een blad, als een steen, als een hond

Hij zong van de vrijheid, hij zong van de wijn
Hij zong van het korte moment
Het korte moment, dat een parel kan zijn
In ‘t leven dat ieder wel kent
Hij kende het troostende liefdesgebaar
Hij kende de as van het vuur
Hij voelde de pijn van het mens’lijk tekort
Maar hij zong naar z’n eigen natuur

In de Gele Rivier, op een maanlichte nacht
Zong hij zomaar met ‘t oog op de maan
Maar hij reikte te ver, en het is daar te diep
Veel te diep voor een mens om te staan
Een boot die leeg aankwam vertelde het nieuws
Aan de oever die schuilging in ‘t riet
En nog steeds zingt Hong-Ho z’n troosteloos lied
Om Li-Po, maar Li-Po hoort het niet

Lenny Kuhr

The Chariots Go Forth to War

The Chariots Go Forth to War


The chariots go forth to war,

Rumbling, roaring as they go;

The horses neigh and whinny loud,

Tugging at the bit.

The dust swirls up in great dense clouds,

And hides the Han Yang bridge.

In serried ranks the archers march,

A bow and quiver at each waist;

Fathers, mothers, children, wives

All crowd around to say farewell.

Pulling at clothes and stamping feet,

They force the soldiers’ ranks apart,

And all the while their sobs and cries

Reach to the skies above.

"Where do you go to-day ?" a passer-by

Calls to the marching men.

A grizzled old veteran answers him,

Halting his swinging stride:

"At fifteen I was sent to the north

To guard the river against the Hun;

At forty I was sent to camp,

To farm in the west, far, far from home.

When I left, my hair was long and black;

When I came home, it was white and thin.

Today they send me again to the wars,

Back to the north frontier,

By whose gray towers our blood has flowed

In a red tide, like the sea–

And will flow again, for Wu Huang Ti

Is resolved to rule the world.

"Have you not heard how in far Shantung

Two hundred districts lie

With a thousand towns and ten thousand homes

Deserted, neglected, weed-grown?

Husbands fighting or dead, wives drag the plow,

And the grain grows wild in the fields.

The soldiers recruited in Shansi towns

Still fight; but, with spirit gone,

Like chickens and dogs they are driven about,

And have not the heart to complain."

"I am greatly honored by your speech with me.

Dare I speak of my hatreds and grief ?

All this long winter, conscription goes on

Through the whole country, from the east to the west,

And taxes grow heavy. But how can we pay,

Who have nothing to give from our land ?

A son is a curse at a time like this,

And daughters more welcome far;

For, when daughters grow up, they can marry, at least,

And go to live on a neighbor’s land.

But our sons? We bury them after the fight,

And they rot where the grass grows long.

"Have you not seen at far Ching Hai,

By the waters of Kokonor,

How the heaped skulls and bones of slaughtered men

Lie bleaching in the sun?

Their ancient ghosts hear our own ghosts weep,

And cry and lament in turn;

The heavens grow dark with great storm-clouds,

And the specters wail in the rain."

DuFu

Erlkoenig

Erlkoenig


Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

“Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?”
“Siehst, Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif?”
“Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif.”‘

“Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel’ ich mit dir;
Manch’ bunte Blumen sind an dem Strand,
Meine Mutter hat manch gülden Gewand.”

“Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht?”
“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;
In dürren Blättern säuselt der Wind.”

“Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn,
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.”

“Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort?”
“Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau.”

“Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt.”
“Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!”

Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,
Er hält in Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Müh’ und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.

Goethe

Zonder Paspoort

Zonder Paspoort


Daar waar ik aan wal kom
zal mijn vlucht landen
zal ik me aan de kademuur
ketenen met deze handen
die geroeid hebben om ver
te komen zonder paspoort

weggeworpen tussen
de kaken van een haai

om een route te vinden naar
welk oord dan ook behalve
dat wat me stoorde in een
demonische droom waarin ik
bezeten werd door de greep
van doelloze hoop waaraan ik
ontglipte toen ik de sloep

die nu aan m’n voeten water maakt
om onontkoombaar onder te gaan

ontdekte, waarna ik me vastklampend
zwoegend ben doorgegaan tot
deze haven die ik thans nader
waar ik spoedig zwaaiend
op mijn plaats zal staan als
een vuurtoren voor de vloot die
komen zal en ik kondig aan

Na mij nog velen die oversteken
en op hen zal ik wachten

Joke Kaviaar

De Eerste Wereld

De Eerste Wereld


Deze muur is voor de buren
Dat hek hier is voor de straat
Deze wal is voor de boeren
dat niemand nog de stad ingaat

Deze haag is voor onze cultuur
Deze grens is voor de staat
Dit prikkeldraad is voor de vreemden
dat niemand meer het land in gaat

Deze muur is voor onze munt
waar iedereen over praat
De welvaart voor ons volk alleen
dat verder niemand leven laat

Deze grens is voor ons continent
Deze hier, waar stroom op staat
met horden hongerige monden eromheen
maar voor hen is het toch te laat

Het is om ons te beschermen
Ons vredig rechtvaardig wetsapparaat
Gevoed door armoe, geolied door oorlog
zodat het met onze gemeenschap goed gaat

Joke Kaviaar