
Yehe, als huurzwaard ook bekend onder de naam Whitecrane, had in de haven al geruchten opgevangen, dat Kapitein Jona van het schip ‘Alle Geesten’ opnieuw avonturiers zocht om zijn uitgedunde bemanning aan te vullen. Dat kwam Yehe wel goed uit, de buit van zijn vorige avontuur was ondertussen helemaal opgegaan aan het goede leven… Dat ‘Alle Geesten’ de reputatie had van spookschip, kon Yehe niets schelen, dat soort sterke verhalen werden wel meer verteld na een paar slokken rum. Nu was de reputatie van de kapitein wel bekend, Yehe was hem reeds eerder tijdens de vaart tegengekomen, de ene keer als bondgenoot en de andere keer als concurrent, zo gaan die dingen bij de Broederschap van de Zee. Op weg naar taveerne ‘de Kat’ passeerde Yehe een vrouw, gehuld in wijde kleren, die echter niet konden verhullen dat zij zwaar bewapend was: een koppel pistolen, een werpbijl en een sabel. Als groet plaatste Yehe zijn rechtervuist op zijn borst (waarbij hij terloops controleerde of de bandolier van de zwaardschede op zijn rug goed zat), zijn linkerhand zwaaide losjes langs zijn linkerheup (waar zijn langmes op grijpafstand lag). De vrouw keek niet op of om, ze trok haar gezicht (dat verborgen was onder een wijde pet en lange haren) nog dieper tussen de schouders en liep in de richting van de haven, terwijl ze Yehe aan zijn linkerhand passeerde. In het voorbijgaan observeerde Yehe haar nog vanuit zijn ooghoek, het moment was snel voorbij. Daar was de Taveerne! Zo’n twintig passen voor Yehe ging net een man met een houten been naar binnen, op zijn linkerschouder zat een vuilbekkende papegaai. Yehe herkende meteen Kapitein Jona, die meteen een luidruchtige uitwisseling had met de waard. Bij het binnenkomen zag Yehe in een donkere hoek een mooie vrouw verscholen, maar toen ze zijn blik zag keek ze hem stuurs aan met een uitdrukking van ‘blijf van mijn lijf’, met een innerlijke zucht liep Yehe verder naar de bar om de Kapitein te begroeten: “Ahoi Jona! Long time no see, matey!”



You must be logged in to post a comment.