Category: story

Remember: never pay any one Dane-geld

Remember: never pay any one Dane-geld


Danegeld


IT IS always a temptation to an armed and agile nation,
To call upon a neighbour and to say:
“We invaded you last night – we are quite prepared to fight,
Unless you pay us cash to go away.”

And that is called asking for Dane-geld,
And the people who ask it explain
That you’ve only to pay ’em the Dane-geld
And then you’ll get rid of the Dane!

It is always a temptation to a rich and lazy nation,
To puff and look important and to say:
“Though we know we should defeat you, we have not the time to meet you.
We will therefore pay you cash to go away.”

And that is called paying the Dane-geld;
But we’ve proved it again and again,
That if once you have paid him the Dane-geld
You never get rid of the Dane.

It is wrong to put temptation in the path of any nation,
For fear they should succumb and go astray,
So when you are requested to pay up or be molested,
You will find it better policy to say:

“We never pay any one Dane-geld,
No matter how trifling the cost,
For the end of that game is oppression and shame,
And the nation that plays it is lost!”

Rudyard Kipling –

Blogged with the Flock Browser
Remember the Afghan War

Remember the Afghan War


THE YOUNG BRITISH SOLDIER

When the ‘arf-made recruity goes out to the East
‘E acts like a babe an’ ‘e drinks like a beast
An’ ‘e wonders because ‘e is frequent deceased
Ere ‘e’s fit for to serve as a soldier.

Serve, serve, serve as a soldier,
Serve, serve, serve as a soldier,
Serve, serve, serve as a soldier,
So-oldier ~OF~ the Queen!

Now all you recruities what’s drafted to-day,
You shut up your rag-box an’ ‘ark to my lay,
An’ I’ll sing you a soldier as far as I may:
A soldier what’s fit for a soldier.

Fit, fit, fit for a soldier . .

First mind you steer clear o’ the grog-sellers’ huts,
For they sell you Fixed Bay’nets that rots out your guts —
Ay, drink that ‘ud eat the live steel from your butts —
An’ it’s bad for the young British soldier.

Bad, bad, bad for the soldier . . .

When the cholera comes — as it will past a doubt —
Keep out of the wet and don’t go on the shout,
For the sickness gets in as the liquor dies out,
An’ it crumples the young British soldier.

Crum-, crum-, crumples the soldier . . .

But the worst o’ your foes is the sun over’ead:
You ~must~ wear your ‘elmet for all that is said:
If ‘e finds you uncovered ‘e’ll knock you down dead,
An’ you’ll die like a fool of a soldier.

Fool, fool, fool of a soldier . . .

If you’re cast for fatigue by a sergeant unkind,
Don’t grouse like a woman nor crack on nor blind;
Be handy and civil, and then you will find
That it’s beer for the young British soldier.

Beer, beer, beer for the soldier . . .

Now, if you must marry, take care she is old —
A troop-sergeant’s widow’s the nicest I’m told,
For beauty won’t help if your rations is cold,
Nor love ain’t enough for a soldier.

‘Nough, ‘nough, ‘nough for a soldier . . .

If the wife should go wrong with a comrade, be loath
To shoot when you catch ’em — you’ll swing, on my oath! –
Make ‘im take ‘er and keep ‘er: that’s Hell for them both,
An’ you’re shut o’ the curse of a soldier.

Curse, curse, curse of a soldier . . .

When first under fire an’ you’re wishful to duck,
Don’t look nor take ‘eed at the man that is struck,
Be thankful you’re livin’, and trust to your luck
And march to your front like a soldier.

Front, front, front like a soldier . . .

When ‘arf of your bullets fly wide in the ditch,
Don’t call your Martini a cross-eyed old bitch;
She’s human as you are —
you treat her as sich,
An’ she’ll fight for the young British soldier.

Fight, fight, fight for the soldier . . .

When shakin’ their bustles like ladies so fine,
The guns o’ the enemy wheel into line,
Shoot low at the limbers an’ don’t mind the shine,
For noise never startles the soldier.

Start-, start-, startles the soldier . . .

If your officer’s dead and the sergeants look white,
Remember it’s ruin to run from a fight:
So take open order, lie down, and sit tight,
And wait for supports like a soldier.

Wait, wait, wait like a soldier . . .

When you’re wounded and left on Afghanistan’s plains,
And the women come out to cut up what remains,
Jest roll to your rifle and blow out your brains
An’ go to your Gawd like a soldier.

Go, go, go like a soldier,
Go, go, go like a soldier,
Go, go, go like a soldier,
So-oldier ~of~ the Queen!

Poetry of Rudyard Kipling, full-text; Rudyard Kipling’s poems, at everypoet.com

Blogged with the Flock Browser
herfstmaan 2009

herfstmaan 2009


Voor de viering van de chinese herfstmaan had ik met een aantal dierbare vrienden afgesproken om naar de Chinese tempel te Amsterdam te gaan.
De afspraak begon wat onrustig: nummer een liep ik helemaal mis bij het station (daar maakte ik me wel zorgen om), nummer twee kwam daar verlaat aan, nummer drie kwam pas aan toen we al in de tempel waren.
Om tot rust te komen, eerst maar met z’n tweetjes theedrinken in theehuis Himalaya, tijd nemen voor omschakelen van hectiek naar rust in een fijne omgeving.
Gezellig gebabbeld met mijn metgezel, we hadden het nog over de traditie dat je een boeddha-beeldje kado moet krijgen.
In een kalm tempo naar de tempel gegaan, net op tijd om nog een aantal leuke optredens mee te maken van Chinese zang, Hui-dansen, Xing-yi gongfu.
Terwijl ik helemaal tot rust kwam in de tempel, gingen mijn gedachten ook uit naar de dierbaren die er niet bij konden zijn, waarvoor ik steun en hulp vroeg aan Guanyin.
Tussen de bedrijven door werd een loterij gehouden, het kwam zo uit dat mijn metgezel een boeddhabeeldje ontving (waar ze natuurlijk heel erg blij verrast van was); zelf ontving ik een zijden sjaal (die verpakt was in kadopapier met mijn naam )
Deze fijne middag afgesloten met z’n drietjes, koffie verkeerd gedronken in theehuis Himalaya, impressies uitwisselen.
Toen ik eenmaal thuiskwam, zag ik voor mijn stoep de vermiste gast, dus alles was weer helemaal goed!

Herfstequinox 2009

Herfstequinox 2009


De nacht voor de equinoxviering goed doorgefeest met hapjes, drankjes en leuke collega’s op het bedrijfsfeest, de ochtend erna een beetje brak, ik was dus niet vooruit te branden.

Op weg naar het huis waar we zouden samenkomen voor de herfstviering, werd ik verrast door de chaos op het station vanwege de Damloop!

Voor we begonnen nog bladeren in het park verzameld voor de herfst-tafel, de eerste voortekenen van de herfst zijn al zichtbaar.

Met een klein, besloten gezelschap van vrienden de ruimte ingericht, de doeken van de seizoenen op de vier kwartieren geplaatst.

Tijdens het eten bijpraten, en overleggen hoe we deze keer het herfstritueel wilden doen:
Na het eten ter voorbereiding van de herfstbladeren sieraden (kroon, kettingen) voor het beeld van de Godin, er ontstond meteen een meditatieve sfeer.
De ruimte en de aanwezigen werd gereinigd met wierook, kring werd gevormd met het beeld van de Godin, de gronding met een taiji/qigong oefening, de kracht en energie werd aangeroepen onder de namen van diverse godvormen, de trance-meditatie ging onder begeleiding van trommel (thema: wat laat je los, en wat behoud je), het rondgaan van de hoorn mede ging gepaard et (heil)wensen en geloftes, tenslotte het danken van alle aanwezigen en opgeroepen krachten.

Voor mij was het belangrijkste deel de meditatie, waarin ik visualiseerde wat ik wilde loslaten (een hoop oude rotzooi die ik afgelopen periode op te ruimen had) en wat ik wilde behouden (de heftige lessen die ik van het hele proces heb meegekregen).
Het balans zoeken tussen loslaten en behouden was een bijzonder proces, dat werd deze keer zichtbaar gemaakt door steentjes voor ‘loslaten’ en steentjes voor ‘behouden’ in de weegschaal te zetten!

Sinds midzomer heb ik veel te maken gehad met de Donkere Godin, heftige confrontaties mbt prive en werk, meer zicht gekregen op mijn eigen kwaliteiten en valkuilen, tevens de gelegenheid genomen om een aantal blokkades te doorbreken op meerdere gebieden (fysiek, emotioneel, mentaal, spiritueel).
De belangrijke vraag is dan: heb ik bepaalde onderwerpen voldoende verwerkt om te kunnen loslaten?
Welke ervaringen neem ik mee als ‘voeding’, de winter in?

Ik vind het altijd moeilijk om de warme zomer los te laten om daarna de natte herfst en koude winter in te gaan, maar begin wel steeds meer te begrijpen en voelen dat zelfs herfstregen en stormen een opruimfunctie heeft in dit klimaat.

Het loslaten van afgelopen vurige zomer met enorme hoogte en dieptepunten is nu ook weer nodig om de rust en inkeer van herfst en winter te kunnen aangaan.

Het was heel fijn om de equinox in besloten kring samen te vieren met ervaren mensen met wie ik een vertrouwensband heb opgebouwd, zo lag voor mij de nadruk meer op mijn eigen persoonlijke groei en band met de natuur; een open bijeenkomst voelt meer aan als dienstbaarheid aan de gemeenschap en de natuur.

Waarom laat God lijden toe?

Waarom laat God lijden toe?


In diverse geloofsystemen worden verschillende antwoorden gegeven over de zin van het kwaad en het lijden:
menselijke lijden heeft een goddelijk doel, het zijn levenslessen die geleerd moeten worden, het is een straf van god voor menselijk falen, het is resultaat van de strijd tussen goed en kwaad, het is de consequentie van (verkeerde) uitoefening van de vrije wil van de mens.

Volgens mij is het zo, dat je met een geloofssysteem het lijden en het kwaad verklaarbaar probeert te maken, het ‘zin’ geven. Het zijn maar overtuigingen, rationalisaties van iets wat eigenlijk emotioneel onverteerbaar is.

Aan de andere kant scheppen al die verklaringen weer nieuwe dilemma’s:

“Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.
Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig
Kan Hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we Hem dan God?”
(Epicurus)

Wat te doen met een kort lontje II

Wat te doen met een kort lontje II


We hebben er allemaal last van tegenwoordig, het lijkt wel de mexicaanse griep!

Ik heb daarin ook mijn aandeel; zou natuurlijk allerlei excuses kunnen aanvoeren: met het verkeerde been uit bed, een rotdag op het werk, agressie van andere korte lontjes…blablabla…

Maar als ik bij mezelf merk dat mijn lontje steeds korter aan het worden is, dan word het toch wel tijd voor stilstaan en bezinnen.

Het oude recept van ‘diep ademhalen en tellen tot duizend’ is helemaal nog niet zo gek eigenlijk…

Hoe kort is jouw lontje?