Tag: mystery

Midwinter

Midwinter


WINTER, a sharp bitter day
the robin turns plump against the cold
the sun is weak
silver faded from gold
he is late in his coming
and short in his stay

Man, beast, bird and air all purging, all cleansing,
earth already purified awaits the rite of spring
Her bridal gown a virgin snow and frosts in her hair
A snowdrop by the road today
bowed gracefully and high upon the wing
up in the sparkling nothingness,
a lone bird began to sing
Can gentle spring be far away?

Tommy Maken

Pseudo-wetenschap

Pseudo-wetenschap


stel dat… is niet hetzelfde als: het is zo dat…

dat is het verschil tussen fictie en feit.

je fantasie uitleven is prima oefening voor de geest, zolang het onderscheid tussen fictie en feit helder blijft, anders is de kans voor geestesziekte groot.

Bijvoorbeeld:
Ik kan prima een Ufo visualiseren, maar het wordt toch iets heel anders als ik erna ga geloven dat ik die Ufo ook daadwerkelijk heb gezien in de fysieke werkelijkheid.

Ik krijg de indruk dat in menig sensatie-forum het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid verloren gaat.

De eigen ‘waarnemingen’ ondergaan dan te weinig de ‘reality-check’.

Als ik dingen waarneem die een ander niet waarneemt onder dezelfde omstandigheden, dan is de enige mogelijke conclusie dat er een verschil in waarneming is.
In zo’n geval kan ik niet zeggen: het is waarheid omdat ik het heb gezien.

Overigens is uit diverse onderzoeken gebleken dat ooggetuigenverslagen lang niet altijd zo betrouwbaar zijn als de politie zou willen.
Vandaar dat men dan ook graag fysiek tastbaar bewijs.

Nu kom ik dus op het punt waaraan ik me stoor in forums die gespecialiseerd zijn in ‘onverklaarbare waarnemingen’ (ufo’s, éntiteiten, aliens): de pretentie dat degenen die zoiets waarnemen zeer bijzondere mensen zijn, verheven boven degenen die het niet waarnemen, en bovendien het blind geloven in samenzweringstheorietjes mbt doofpotaffaires etc.

Dat soort forums wordt volgeschreven met allerlei ‘bijzondere waarnemingen’, de ene nog buitenissiger dan de ander, het lijkt wel eens een wedstrijdje ‘ghost-spotting’.

Zelf heb ik onder specifieke omstandigheden ‘iets’ in die richting waar kunnen nemen, nou en?
Wat is daar zo bijzonders aan? Word ik daarmee een beter mens?

Trancereizen

Trancereizen


De meest eenvoudige vorm van trance-reis?

Stel je voor, een kampvuur met een verhalenverteller…

Je begint tijdens het verhaal weg te dromen, en wordt zo in het verhaal meegezogen alsof je het zelf meemaakt.

Lewis Caroll beschrijft in Alice in Wonderland, en in Through the Looking-Glass in feite ook een trance-reis.

Een trance kan varieren van licht naar diep; in de lichte vorm ben je grotendeels nog bewust van je omgeving en je rationele processen, in de diepste vormen ben je helemaal in ‘de andere werkelijkheid’ en kan het gebeuren dat iemand anders je moet helpen om weer terug te komen in ‘de normale werkelijkheid’

Amergin’s song

Amergin’s song


I am a Stag: of seven tines
I am a Flood: across a plain
I am a Wind: upon the waves
I am a Tear: the sun lets fall
I am a Hawk: above the cliff
I am a Thorn: beneath the nail
I am a Wonder: among flowers
I am a Wizard: who but I
sets the cool head aflame?

I am a Spear: that roars for blood
I am a Salmon: in a pool
I am a Lure: from Paradise
I am a Hill: where poets walk
I am a Boar: ruthless and red
I am a Breaker: threatening doom
I am a Tide: that drags to death
I am an Infant: who but I
peeps from the unhewn dolman arch?

I am the Womb: of every holt
I am the Blaze: on every hill
I am the Queen: of every hive
I am the Shield: for every head
I am the tomb: of every hope

Nomen est Omen

Nomen est Omen


Het numerologische systeem gaat uit van de volgende vooronderstellingen:

1. Je naam wordt op eenduidige manier gespeld in het (latijnse) alfabet.
2. Elk letter van het alfabet heeft een getalswaarde, elke getalwaarde heeft betekenis.

Als je een bijbels-hebreeuwse naam hebt, kan je volgens mij beter alles omzetten naar het qabbalistische aleph-beth, want dat systeem past dan beter.

Heb je een naam dat afkomstig is uit een beeldschrift zoals Chinees dan zijn er vele varianten in dialecten en mogelijke omzettingen naar het alfabet.
In dat geval zou ik eerder kijken naar de symboliek van het plaatje.

Whitecrane magick

Whitecrane magick


The paper crane has become an international symbol of peace in recent years as a result of it’s connection to the story of a young Japanese girl named Sadako Sasaki born in 1943.
Sadako was two years old when the atom bomb was dropped on Hiroshima, Japan on August 6, 1945.
As she grew up, Sadako was a strong, courageous and athletic girl. In 1955, at age 11, while practicing for a big race, she became dizzy and fell to the ground.
Sadako was diagnosed with Leukemia, "the atom bomb" disease.
Sadako’s best friend told her of an old Japanese legend which said that anyone who folds a thousand paper cranes would be granted a wish. Sadako hoped that the gods would grant her a wish to get well so that she could run again. She started to work on the paper cranes and completed over 1000 before dying on October 25, 1955 at the age of twelve.

The point is that she never gave up.
She continued to make paper cranes until she died.
Inspired by her courage and strength,
Sadako’s friends and classmates put together a book of her letters and published it.
They began to dream of building a monument to Sadako and all of the children killed by the atom bomb.
Young people all over Japan helped collect money for the project.

In 1958, a statue of Sadako holding a golden crane was unveiled in Hiroshima Peace Park. The children also made a wish which is inscribed at the bottom of the statue and reads:

"This is our cry, This is our prayer, Peace in the world".

Today, people all over the world fold paper cranes and send them to Sadako’s monument in Hiroshima.

http://www.sadako.org/

De Vrouwelijke kant van God

De Vrouwelijke kant van God


Als rooms-katholiek meisje opgegroeid in Limburg, voelde Annine van der Meer (52) van kinds af aan een intuïtieve verbondenheid met Maria. Op de universiteit, waar zij kerkgeschiedenis en theologie ging studeren, vertaalde zich dat in een intellectuele en wetenschappelijke fascinatie voor de vrouwelijke kant van God.

In de colleges die ze in Utrecht volgde bij de vorige week in Egypte plotseling overleden professor Gilles Quispel, maakte ze voor het eerst kennis met Sophia, de vrouw van God in de gnosis. En met vrouwelijke priesters, predikers en bisschoppen. „Dat vond ik geweldig. In de gnosis stuitte ik op het goddelijk vrouwelijke dat in het orthodoxe christendom al was zoekgeraakt.” Ze besloot bij Quispel te promoveren en was in 1989, na tien jaar studie, de enige vrouw die ooit bij hem de doctorsbul heeft behaald.

Dit proefschrift was pas het begin. Van der Meer werd lerares en ging in haar vrije tijd door met onderzoek naar de vrouw en het vrouwelijke in religie en godsbeelden. Gaandeweg ontdekte ze hoe enorm groot de rol van de vrouw is geweest in de geschiedenis en prehistorie.

Het was een moeizame zoektocht, vertelt ze in haar pas betrokken huis in Honselersdijk, „want hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe schaarser de bronnen. En de bronnen díe er zijn, zijn vanuit een vrouwvijandig perspectief geschreven. Dat geldt ook voor heilige teksten. Het zijn vaak de mannen in de geschiedenis, die de geschiedenis gemaakt lijken te hebben. Dat komt doordat zijzelf de geschiedenis geschréven hebben. Dat zie ik nu, na alles wat ik heb ontdekt.”

Ze noemt zichzelf geen feministe, maar de schat aan materiaal die ze in haar vuistdikke boek ’Van Venus tot Madonna’ heeft verzameld over de rol van vrouwen in de (religie)geschiedenis, zou een feministisch onderzoeker niet misstaan. Eigenlijk waren het juist de studies van feministen – over godinnencultuur, de godin in de vrouw en zo – die zij niet vertrouwde, en die haar er extra toe aanzetten het in haar eigen onderzoek beter te doen.

„Die feministen sloegen in mijn ogen zo door. Ze gebruikten lukraak en klakkeloos allerlei termen door elkaar heen, zoals dé grote godin, dé moeder, dé moedergodin. Ik wilde juist heel zuiver zijn in mijn definiëring, want waar heb je het anders over?”

De echte eyeopener, en prikkel om haar onderzoek door te zetten, kreeg ze in 2000, tijdens een vakantie op Malta. „Op Malta staan prachtige tempels. Die had ik gezien, voor ik naar het nationaal museum ging. Daar waren zalen vol met vrouwenbeeldjes, waar dan bij stond ’idol’, ’statuette’ of in het gunstigste geval ’lady’. Er was er één die de ’Venus van Malta’ mocht heten: een staande vrouwe met de hand op haar buik, naakt en met rode oker besprenkeld. Hand op de buik betekent: ’ik ben zwanger’ en naakt zijn wil zeggen ’ik ben goddelijk’. ’Venus’ is een verkeerde aanduiding voor deze kunst, die met seksualiteit of wulpsheid niks te maken heeft: dit is gewoon de godin die baart. Maar dat had ik op dat moment nog allemaal niet door, want ik ging af op de bordjes in het museum en op de literatuur die ik kon vinden. En daarin wordt het woord godin geen een keer genoemd.”

Vanwaar dan toch al die tempels, vroeg Van der Meer zich af, en waar komen die vrouwenbeeldjes dan vandaan? Wat wil dit alles zeggen?

„Ik ben heel cynisch begonnen. Het woord priesteres kwam niet in mij op, ik had er eigenlijk geen rekening mee gehouden dat ik die ooit zou vinden, hetzij op Malta hetzij elders in die oude culturen. Nu weet ik dat ze daar zijn en dat ze ver in de meerderheid zijn vergeleken met de mannelijke priesters, en dat er vele malen meer godinnen zijn dan goden. Ik heb op Malta het topje van de ijsberg voor het eerst gevoeld.”

Na Malta volgden reizen naar andere landen en culturen: Kreta, Egypte, Syrië, Griekenland, Turkije, Israël. „Daar openden zich prachtige steden, opgravingen en musea voor mij. Er ging een wereld voor me open, zo kleurrijk, zo prachtig van kunst, zo verfijnd en vooral zo vrouwelijk. Weer thuis dook ik dan de bibliotheek in, waar alles wat ik met moeite ver weg had verzameld, gewoon in één keer werd weggeredeneerd. Ik kwam in een wespennest van interpretaties terecht. Traditionele archeologen, zoals bijvoorbeeld meneer Bonanno, archeloog op Malta, erkennen het vrouwelijke in de kunst gewoon niet. En verklaren ook heel veel wat vrouwelijk is tot mannelijk.”

Van der Meer wijst een figuurtje aan in haar enorme glazen vitrinekast vol vrouwenbeeldjes. „Kijk, dit is een kopie van een vondst op Malta uit de late steentijd – ongeveer vanaf 4000 voor Chr. In het boekje van Bonanno staat: ’de priester’. Maar dit beeldje is een vrouw, een priesteres naar mijn mening. Dat het stellig om een vrouw gaat, kun je zien aan de afbeelding op haar jurk. Een driehoek met de punt naar beneden of, zoals in dit geval, een omgekeerde u is een oeroud symbool van de vulva.

De vulva staat voor de baarmoeder. De oude prehistorische mens is zich bewust geweest van het kosmische karakter van de godin van leven. De baarmoeder baart de melkweg, de aarde, de sterren. Net zo goed als het kind zich als eerste zijn moeder bewust is, bestond in die oude culturen het bewustzijn dat het leven voortkomt uit een goddelijke moeder.”

Ook in Frankrijk en Spanje, vertelt Van der Meer, vind je deze vulvasymbolen, in grotten uit het paleolithicum – de late oude steentijd, zo’n 15000 voor Chr. „De prehistorische mens met zijn archaïsch bewustzijn dacht in abstracte symbolen. Er is dus eerst het symbool van de vulva, scheppingsmechanisme waaruit alles voortkomt, voordat het goddelijk vrouwelijke als mens wordt afgebeeld.”

Van der Meer legde archeologische vondsten en geschreven mythen uit verschillende culturen naast elkaar. „Je ziet eerst een speldenknopje, daarna een groter geheel van mensen die zich op dezelfde manier gedragen, die dezelfde symbooltaal gebruiken. Het symbool is de sleutel om een groter geheel in beeld te krijgen.”

Al vergelijkend trof zij in de prehistorische periode overal vruchtbaarheidsreligies aan, waarin het draait om de moedergodin, of zij nu Asjera heet (Israël), Isis (Egypte) of Inanna (Mesopotamië). De rol van de mannelijke godheid in deze religies is die van de sterfelijke jaargod: het mannelijke maakt onderdeel uit van de vrouwelijke cultus, de vrouwelijke altaarrituelen. De godin baart, schept en onderhoudt leven, terwijl de jaargod staat voor de wisselende natuur, die elk jaar opbloeit en weer afsterft.

Na tienduizenden jaren van vreedzaam voortbestaan („verdedigingsmuren en wapens hadden ze niet”) kwam er vanaf 2400 voor Chr. geleidelijk een einde aan de ’gynandrische’ culturen, zoals Van der Meer ze noemt, waarin man en vrouw elkaar aanvulden. De omslag van matriarchaat naar patriarchaat begon volgens Marija Gimbutas, de archeologe van het oude Europa, met de invasies van Indo-Europeanen in Mesopotamië, Turkije (Hettieten) en Griekenland (Doriërs en Achaeërs).

Van der Meer deelt haar visie. „De samenleving wordt grimmiger en mannen gaan steeds meer in hun macht staan. De vruchtbaarheidsgod, die ooit als partner van de godin begon, wordt stormgod die met bliksem en wapens smijt, en groeit uit tot de ene oppergod.”

Het archaïsche bewustzijn wijkt voor het rationele, moedercultuur wordt vadercultuur. „Dat heeft grote gevolgen gekregen, waarmee vrouwen in verschillende delen van de wereld nog dagelijks worden geconfronteerd: niet naar school mogen, besnijdenis, weduwenverbranding, vrijheidsbeperking en andere misstanden.”

Van der Meer denkt dat vrouwen, als ze hun roemrijk verleden herontdekken, gemakkelijker zullen opkomen voor hun zelfstandigheid – sociaal, economisch en religieus. „Ik breng het vergeten beeld van de moedercultuur en het goddelijk vrouwelijke in herinnering.”

Atlantis

Atlantis


De Griekse filosoof Plato (427-347 voor Christus) was de eerste die over Atlantis schreef in zijn dialogen Timaeos en Kritias.
Hij leek ervan overtuigd dat dit land werkelijk heeft bestaan, omdat de grootvader van zijn oom Kritias hierover verhalen had gehoord van Solon, die het weer van een Egyptische priester had gehoord.
Hoe het land eruit zag, is door Plato in detail beschreven.
Onder andere was er op het eiland een tempel gewijd aan Poseidon, de god van de zee, dit is omdat het eiland door de Goden aan Poseidon werd toebedeeld.

Het eiland Atlantis zou buiten de Middellandse Zee moeten hebben gelegen, dus nog verder dan de Zuilen van Hercules (de straat van Gibraltar).

Volgens Plato verdween het rijk ongeveer 9500 voor Christus door een wereldwijde catastrofe, een soort zondvloed, waardoor ieder spoor van het land werd weggewist.
Atlantis zou volgens de Griekse mythologie wegens hoogmoed van de bewoners uit straf door de god Kronos (de vader van Zeus) zijn vernietigd.

Hoewel ik sceptisch ben mbt diverse Atlantis-theorietjes die na Plato zijn beschreven, heeft dit verhaal een enorme emotionele impact op mij.
Ooit had ik een trance-reis met bepaalde beelden over de laatste tempel van Poseidon, die beelden heb ik verwerkt in mijn gedicht.

Misschien heeft dit te maken met een leven in een andere tijdruimte, of is het een sterke imprint van een ervaring in de Droomtijd.