Tag: mystery

Intuitief Orakelen

Intuitief Orakelen


Om effectief te kunnen werken met Orakels, is het belangrijk om de intuitie aan het werk te zetten.

Om de intuitie aan het werk te zetten, moet je proberen om het lineaire causale denken los te laten.
Want meestal raadpleeg je het Orakel wanneer de ‘normale’ denkwijze je niet verder brengt.

De methode die ik hanteer om de intuitie aan het werk te zetten, is een vorm van vrije associatie, het kan best zijn dat je eerste reactie is ‘ja maar dat is toch niet logisch?’
Mijn reactie is dan: ‘Juist, het was juist de bedoeling om de logica even los te laten, anders had je het Orakel toch niet gevraagd?’

Het mysterie van ‘Alle Geesten’

Het mysterie van ‘Alle Geesten’


Yehe, als huurzwaard ook bekend onder de naam Whitecrane, had in de haven al geruchten opgevangen, dat Kapitein Jona van het schip ‘Alle Geesten’ opnieuw avonturiers zocht om zijn uitgedunde bemanning aan te vullen. Dat kwam Yehe wel goed uit, de buit van zijn vorige avontuur was ondertussen helemaal opgegaan aan het goede leven… Dat ‘Alle Geesten’ de reputatie had van spookschip, kon Yehe niets schelen, dat soort sterke verhalen werden wel meer verteld na een paar slokken rum. Nu was de reputatie van de kapitein wel bekend, Yehe was hem reeds eerder tijdens de vaart tegengekomen, de ene keer als bondgenoot en de andere keer als concurrent, zo gaan die dingen bij de Broederschap van de Zee. Op weg naar taveerne ‘de Kat’ passeerde Yehe een vrouw, gehuld in wijde kleren, die echter niet konden verhullen dat zij zwaar bewapend was: een koppel pistolen, een werpbijl en een sabel. Als groet plaatste Yehe zijn rechtervuist op zijn borst (waarbij hij terloops controleerde of de bandolier van de zwaardschede op zijn rug goed zat), zijn linkerhand zwaaide losjes langs zijn linkerheup (waar zijn langmes op grijpafstand lag). De vrouw keek niet op of om, ze trok haar gezicht (dat verborgen was onder een wijde pet en lange haren) nog dieper tussen de schouders en liep in de richting van de haven, terwijl ze Yehe aan zijn linkerhand passeerde. In het voorbijgaan observeerde Yehe haar nog vanuit zijn ooghoek, het moment was snel voorbij. Daar was de Taveerne! Zo’n twintig passen voor Yehe ging net een man met een houten been naar binnen, op zijn linkerschouder zat een vuilbekkende papegaai. Yehe herkende meteen Kapitein Jona, die meteen een luidruchtige uitwisseling had met de waard. Bij het binnenkomen zag Yehe in een donkere hoek een mooie vrouw verscholen, maar toen ze zijn blik zag keek ze hem stuurs aan met een uitdrukking van ‘blijf van mijn lijf’, met een innerlijke zucht liep Yehe verder naar de bar om de Kapitein te begroeten: “Ahoi Jona! Long time no see, matey!”

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken


elk chinees symbool heeft diverse bijbetekenissen, vertaling met slechts één woord maakt een meerdimensionaal ‘plaatje’ tot een platte tekst.

Om de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken invoelbaar te maken, zou je eigenlijk bij elk symbool de diverse bijbetekenissen moeten plaatsen, zodat je bij elke nieuwe lezing van de tekst telkens weer opnieuw een ander vertaalspoor kan volgen, net zoals je bij een tarot-legging dezelfde reeks plaatjes telkens anders kan duiden.

Goede voorbeelden in dit opzicht zijn:

‘tao te ching’ the definitive edition (Jonathan Star)
‘i ching’ het klassieke chinese boek der veranderingen, nieuwe vertaling en corcodantie (geschreven door Rudolf Ritsema & Stephen Karcher, vertaald door Ria van Hengel)

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma


dhritirashtra:

Ranged thus for battle on the sacred plain on kurukshetra – say, sanjaya!
Say what wrought my people, and the pandavas?

sanjaya:

When he beheld the host of pandavas raja duryodhana to drona drew, and spake these words:

“ah, guru! See this line, how vast it is of pandu fighting-men, embattled by the son of drupada, thy scholar in the war!

Therein stand ranked chiefs like arjuna, like to bhima chiefs, benders of bows; virata, yuyudhan, drupada, eminent upon his car, dhrishtaket, chekitan, kasi’s stout lord, purujit, kuntibhoj, and saivya, with yudhamanyu, and uttamauj subhadra’s child; and drupadi’s; – all famed!

All mounted on their shining chariots!

On our side, too, – thou best of brahmans!

See excellent chiefs, commanders of my line, whose names i joy to count: thyself the first, then bhishma, karna, kripa fierce in fight, vikarna, aswatthaman; next to these strong saumadatti, with full many more valiant and tried, ready this day to die for me their king, each with his weapon grasped, each skilful in the field.
Weakest – meseems our battle shows where bhishma holds command, and bhima, fronting him, something too strong!

Have care our captains nigh to bhishma’s ranks prepare what help they may!

Now, blow my shell!”

Then, at the signal of the aged king, with blare to wake the blood, rolling around like to a lion’s roar, the trumpeter blew the great conch; and, at the noise of it, trumpets and drums, cymbals and gongs and horns burst into sudden clamor; as the blasts of loosened tempest, such the tumult seemed!

Then might be seen, upon their car of gold yoked with white steeds, blowing their battle-shells, krishna the god, arjuna at his side: krishna, with knotted locks, blew his great conch carved of the “giant’s bone;” arjuna blew indra’s loud gift; bhima the terrible wolf-bellied bhima – blew a long reed-conch; and yudhisthira, kunti’s blameless son, winded a mighty shell, “victory’s voice;” and nakula blew shrill upon his conch named the “sweet-sounding,” sahadev on his called “gem-bedecked,” and kasi’s prince on his. Sikhandi on his car, dhrishtadyumn, virata, satyaki the unsubdued, drupada, with his sons, (o lord of earth!) Long-armed subhadra’s children, all blew loud, so that the clangor shook their foemen’s hearts, with quaking earth and thundering heav’n.

Then ’twas beholding dhritirashtra’s battle set, weapons unsheathing, bows drawn forth, the war instant to break – arjun, whose ensign-badge was hanuman the monkey, spake this thing to krishna the divine, his charioteer:

“drive, dauntless one!

To yonder open ground betwixt the armies; i would see more nigh these who will fight with us, those we must slay to-day, in war’s arbitrament; for, sure, on bloodshed all are bent who throng this plain, obeying dhritirashtra’s sinful son.”

Thus, by arjuna prayed (o bharata!) Between the hosts that heavenly charioteer drove the bright car, reining its milk-white steeds where bhishma led, and drona, and their lords.

“see!” spake he to arjuna, “where they stand, thy kindred of the kurus:”

And the prince marked on each hand the kinsmen of his house, grandsires and sires, uncles and brothers and sons, cousins and sons-in-law and nephews, mixed with friends and honored elders; some this side, some that side ranged: and, seeing those opposed, such kith grown enemies – arjuna’s heart melted with pity, while he uttered this:

arjuna:

Krishna!

As i behold, come here to shed their common blood, yon concourse of our kin, my members fail, my tongue dries in my mouth, a shudder thrills my body, and my hair bristles with horror; from my weak hand slips gandiv, the goodly bow; a fever burns my skin to parching; hardly may i stand; the life within me seems to swim and faint; nothing do i foresee save woe and wail! It is not good, o keshav!

Nought of good can spring from mutual slaughter!

Lo, i hate triumph and domination, wealth and ease, thus sadly won!

Aho!

What victory can bring delight, govinda! What rich spoils could profit; what rule recompense; what span of life itself seem sweet, bought with such blood?

Seeing that these stand here, ready to die, for whose sake life was fair, and pleasure pleased, and power grew precious: – grandsires, sires, and sons.

Brothers, and fathers-in-law, and sons-in-law, elders and friends!

Shall i deal death on these even though they seek to slay us?

Not one blow, o madhusudan! Will i strike to gain the rule of all three worlds; then, how much less to seize an earthly kingdom!

Killing these must breed but anguish, krishna!

If they be guilty, we shall grow guilty by their deaths; their sins will light on us, if we shall slay those sons of dhritirashtra, and our kin; what peace could come of that, o madhava?

For if indeed, blinded by lust and wrath, these cannot see, or will not see, the sin of kingly lines o’erthrown and kinsmen slain, how should not we, who see, shun such a crime we who perceive the guilt and feel the shame oh, thou delight of men, janardana?

By overthrow of houses perisheth their sweet continuous household piety, and – rites neglected, piety extinct enters impiety upon that home; its women grow unwomaned, whence there spring mad passions, and the mingling-up of castes, sending a hell-ward road that family, and whoso wrought its doom by wicked wrath.

Nay, and the souls of honored ancestors fall from their place of peace, being bereft of funeral-cakes and the wan death-water.

So teach our holy hymns.

Thus, if we slay kinsfolk and friends for love of earthly power, ahovat!

What an evil fault it were!
Better i deem it, if my kinsmen strike, to face them weaponless, and bare my breast to shaft and spear, than answer blow with blow.

So speaking, in the face of those two hosts, arjuna sank upon his chariot-seat, and let fall bow and arrows, sick at heart.

Ping: https://sacred-texts.com/hin/gita/bg01.htm

Meditatie en Krijgskunst

Meditatie en Krijgskunst


Zen is de japanse versie van Ch’an; Ch’an is de chinese versie van dhyana, een specifieke meditatievorm: ‘zit stil en doe niets’.
De oervorm van Dhyana kan je terugvinden in de Bhagavat Gita
In het kort komt de techniek er op neer, dat je probeert om voortdurend bewust te blijven bij al je fysieke en psychische processen, niet alleen tijdens meditatie maar ook tijdens het dagelijkse handelen (eten, vrijen, werken etc).
Vanouds is er een verband gelegd tussen Zen & Krijgskunst, het was een meditatievorm die de samurai zeer aansprak. Miyamoto Musashi is een goed voorbeeld!
Hetzelfde verband kan je leggen tussen de oervorm Dhyana en Krijgskunst:
in de Bhagavad Gita spreekt de wagenmenner Krishna met de krijgsheer Arjuna over de manier waarop hij ten midden van de burgeroorlog toch zijn meditatie kon beoefenen.
Het bedrijven van de combinatie Meditatie & Krijgskunst is een leefwijze, die in de oorspronkelijke vorm haaks staat op Flower Power/New Age; in moderne ogen is iemand als Musashi een zwervende seriemoordenaar.
En bedenk eens, hoeveel Japanse militairen waren er tijdens de Wereldoorlog niet geinspireerd door de Bushido-versie van Zen?
De oervorm van de Bushido-filosofie is de filosofie van de Xia: deze verwijst naar het concept van een rechtvaardig mens die vanuit zijn/haar innerlijke waarheid onrecht desnoods met geweld bestrijdt.
In tegenstelling tot de Bushido, staat de Xia los van het feodale stelsel; er is nadruk op trouw aan eigen overtuiging in plaats van trouw aan ‘het bevoegd gezag’.

Lichtende wielen

Lichtende wielen


Bron:KNMI
Zo nu en dan komen er bij het KNMI vragen binnen waarop geen bevredigend antwoord gegeven kan worden.
Recentelijk werd onze aandacht weer eens gevestigd op een mysterieus verschijnsel: ‘lichtende wielen’.
Al zeker honderd jaar worden er op zee dergelijke verschijnselen waargenomen waarvoor nog steeds geen fatsoenlijke verklaring is.
‘Lichtende wielen’, of ‘phosphorescent wheels/rings’ of ‘oceanic light wheels’, zijn lichtgevende verschijnselen die aan boord van schepen in vooral de Indische Oceaan, Perzische Golf en de Zuid-Chinese Zee zijn waargenomen.
Er is in de loop der jaren veel over geschreven en verschillende mogelijke oorzaken zijn de revue gepasseerd, van biologische tot seismische bronnen en zelfs mogelijke verbanden met UFO’s en graancirkels.

‘Lichtende wielen’ komen voor in veel verschijningsvormen en zijn vaak samen gezien met ‘lichtende parallelle banden’ of ‘lichtende roterende spaken’.
Soms één en soms meerdere wielen, links- of rechtsom draaiend, met een diameter tussen 3m en 200m, soms ogenschijnlijk zich uitstrekkend tot de horizon.
Soms werden deze fenomenen waargenomen onder water, maar ook vlak boven water.
Ook worden in dit verband ‘onder water opstijgende en aan het oppervlak exploderende bollen licht’ en ‘onderzeese lichtstralen’ gezien. Kortom een zeer uiteenlopend, maar ook zeer intrigerend verschijnsel.

Het is opmerkelijk, dat ook in andere landen geen waarnemingen van ‘lichtende wielen’ zijn ontvangen uit de tijd dat er alleen nog maar zeilschepen voeren. Alle waarnemingen komen van gemotoriseerde schepen. Hoewel bioluminescentie (want daar heeft het alles mee te maken) ook in de zeiltijd werd gemeld (melkzeeën en zeevonk), heeft nooit een zeeman ooit van een dergelijk dramatisch verschijnsel gerept.
Verband
Tussen alle vermeldingen van ‘lichtende wielen’ bestaat enig verband.
Zo is de geografische positie meestal in de noordelijke randzeeën van de Indische Oceaan en in de Zuid-Chinese Zee, vooral bij waterdieptes van minder dan honderd vadem (circa 200m),

Verklaringen?
In de loop de jaren zijn er verschillende verklaringen gegeven voor het verschijnsel ‘lichtend wiel’. Tot op heden geeft echter niet een ervan een volledig sluitende uitleg.
Hieronder worden een aantal van de theorieën weergegeven.

Tydeman, Verploegh
Vice-admiraal G.F. Tydeman heeft het verschijnsel beschreven (1911) als een samenspel van lichtende plankton organismen, zeegolven en de boeggolf van het schip.
Later (1921) breidde hij zijn theorie verder uit na een waarneming van een lichtend wiel boven water.
Tydeman verklaarde dit door te veronderstellen dat de golven als een soort lens werkten en het door het plankton uitgestraalde licht op een dunne nevel boven het water projecteerden. Later werd deze theorie door G. Verploegh verder uitgewerkt (1958).

Kalle
De Duitser Kalle beschreef (1960) het verband tussen ‘lichtende wielen’ en ‘uit zee opstijgende lichtbollen’, een ander zelden waargenomen fenomeen.
‘Opstijgende lichtbollen’ worden beschreven als het opstijgen van bollen lichtend water, die aan de oppervlakte lijken te ‘exploderen’ en zich daar cirkelvormig uitbreiden.
Deze verschijnselen hebben mogelijk weer een verband met waarnemingen van ‘aan- en uitflitsende zoeklichten onder water’.
Kalle legde een verband tussen deze verschijnselen en schokgolven, veroorzaakt door zeebevingen.
In diep water, verklaarde Kalle, zouden de schokgolven aanleiding geven tot het ‘opstijgende lichtende bollen’ effect.
In ondiep water echter, zou door de weerkaatsing van de schokgolf tussen de zeebodem en het zeeoppervlak een ingewikkelder patroon, overeenkomend met de ‘lichtende wielen’, ontstaan. Hierbij zou het Moiré-effect een ondersteundende verklaring kunnen zijn.
Het Moiré-effect is de benaming van een optisch verschijnsel, waarbij twee roosters, onafhankelijk van elkaar, over elkaar heen bewegen en min of meer willekeurige patronen tonen.
Otto trekt de veronderstellingen van Kalle echter in twijfel (1979).
Hij merkt op dat waarnemingen van ‘lichtende bollen’ vrijwel uitsluitend worden gemeld van de route tussen Sokotra en Ceylon en vrijwel niet uit de Golf van Bengalen of oostelijker, terwijl de meeste ‘lichtende wielen’ juist oostelijker worden gesignaleerd.
Ook roept het beschreven mechanisme van de schokgolven nog de nodige vragen op en bovenal is tot op heden nog nooit een direct verband aangetoond tussen de optische verschijnselen en zeebevingen.
De meldingen van ‘lichtende bollen en wielen’ overlappen slechts gedeeltelijk de seismisch actieve gebieden.

Verploegh
Verploegh verdedigde (1968) zijn uitgewerkte theorie van Tydeman.
Hij verklaarde daarin vooral de perspectivische vertekeningen, die door de waarnemers van ‘lichtende wielen’ zo vaak werden vermeld (kromme spaken, lichtflitsen), als gevolg van de lenswerking van de golven.

Herring en Horsman
In het blad The Marine Observer werd door de jaren heen geregeld melding gemaakt van lichtende wielen.
Deskundige Herring en Horsman hebben hier geregeld hun deskundige visie op gegeven.
In een interessant artikel (1985) bespreken zij een aantal mogelijke oorzaken.
Zo zou Staples (1966) voorgesteld hebben dat electrolumeniscentie de oorzaak was.
Een schokgolf zou licht kunnen opwekken in zuurstofbellen die door phytoplankton, onder invloed van het zonlicht, overdag worden geproduceerd als gevolg van photosynthese.
Onder speciale omstandigheden zouden geluidsgolven en cavitatie tot zelfde resultaten kunnen leiden.
Herring en Horsman stellen echter dat het onwaarschijnlijk lijkt dat dergelijke zuurstofbellen in tact kunnen blijven tot het donker is (wanneer de verschijnselen gezien kunnen worden) en er geen photosynthese meer plaats vindt.
Zij denken dat het licht door bioluminiscentie, geproduceerd door kleine in het water levende lichtgevende organismen, wordt veroorzaakt.
Vooral Dinoflagellaten, een groep van ééncellige algen, waartoe ook zeevonk behoort, komen hiervoor in aanmerking.

Een ander probleem is de verklaring van de bijzondere patronen.
Een Russische schrijver Tarasov (1956) probeerde ze uit te leggen als zijnde draaibewegingen in het water, terwijl Leslie en Adamski (1953) ze beschouwden als aanwijzingen van buitenaardse bezoeken door UFO’s.
Hilder (1962) interpreteerde de patronen als zijnde een magnetische bijzonderheid, veroorzaakt door een combinatie van plaatselijke variaties in het aardmagnetische veld en de magnetische effecten van staal en ijzer van de schepen.
Dit laatste komt in ieder geval overeen met het feit dat er geen waarnemingen bekend zijn uit de tijd van de houten schepen.
Het geeft echter geen duidelijke uitleg aan de patronen (banden en wielen).

Herring en Widder
Herring en Widder (2001) gaan nogmaals in op de ‘lichtende wielen’.
De schrijvers denken wel in de richting van plankton aan de oppervlakte dat wordt geactiveerd door trillingen, veroorzaakt door scheepsmotoren of door seismische activiteiten, maar kunnen nog geen sluitende verklaring vinden.

Nog niet veel verder
Al met al zijn er verklaringen uit verschillende hoeken, maar nog geen sluitende verklaring voor het gehele fenomeen.
Duidelijk lijkt wel dat er sprake is van bioluminescentie.
Vooral de Coccolithophoren en Dinoflagellaten komen daarvoor in aanmerking.
De eerste groep, de Coccolithophoren, is een algensoort die over de hele wereld (behalve in de poolstreken) voor komt en zelfs vanuit de ruimte te zien is in de vorm van een zgn ‘melkzee’.
Deze bloeigebieden overlappen ook de gebieden waar de ‘lichtende wielen’ worden waargenomen.

Meer waarnemingen
In de loop der jaren zijn er veel waarnemingen van lichtende wielen en vergelijkbare verschijnselen op het KNMI verzameld. Er is een begin gemaakt om deze waarnemingen breder beschikbaar te maken. Deze verzameling breidt zich langzaam uit, zodra meer gegevens digitaal beschikbaar zijn.

Book of Shadows, Grimoire, etc.

Book of Shadows, Grimoire, etc.


Ik begon ooit met dagboekaantekeningen, op een gegeven moment heb ik de aantekeningen gecondenseerd en in een grote archiefmap losbladig gezet, langzamerhand een aantal items op mijn website en weblog gezet bij wijze van online grimoire.

Belangrijke draden:

Cirkels
De astrologische cirkel: astrologie, taro, futhark, ogham.
De windroos: fengshui, bagua , seizoensfeesten.

Overeenkomsten
Bruggen tussen diverse systemen: astrologie, taro, futhark, ogham.

Dagelijkse praktijk
Integratie van spiritualiteit in alledaags handelen: maatschappelijke en persoonlijke actie vanuit magisch perspectief, zie Starhawk’s Reclaiming Wicca