Tag: spirituality

Wicca moet maar lekker klein blijven

Wicca moet maar lekker klein blijven


Bron: Trouw 22-10-2005:
Wicca moet maar lekker klein blijven

Stadsheksen Rinia, Mercedes en Sim zijn tevreden over hun maandelijkse caféavond voor paganisten. “Maar je kunt nog altijd beter zeggen dat je op yogales zit.”
Het zou elke bruine kroeg in Amsterdam kunnen zijn: een lange bar, een paar tafeltjes met kaarsen, te harde muziek. Maar in deze schemerige ruimte huist een heksencafé. De enige tekenen: boven de bar hangt een klein pentagram en op een tafeltje naast de wc’s ligt het Book of Shadows, het door de betrokken heksen zelf samengestelde ‘heilige boek’. Daarin enthousiaste briefjes van gasten, een handleiding voor het maken van ‘maanlinten’ (voor elke stand van de maan een andere kleur) en de huisregels (er mag in het heksencafé niet gerekruteerd worden).

Drie vrouwen, Rinia, Mercedes en Sim – ze willen niet met hun achternaam in de krant – zijn de initiatiefnemers.

Rinia (40) omschrijft een heks als “iemand die zich met wicca bezighoudt, een natuurreligie gebaseerd op oude Keltische gebruiken”. Zelf kwam ze met wicca in aanraking nadat ze ‘ergens in het leven een plank had misgeslagen’ en op zoek was naar zingeving.

Haar zusje Mercedes (33) raakte ook geïnteresseerd, en samen verdiepten ze zich in de rituelen. Toen ze op een heksenforum Sim (25) tegenkwamen, was de kring compleet. De drie vrouwen organiseerden een avond om met gelijkgestemden in contact te komen, en zo ontstond twee jaar geleden het heksencafé in Amsterdam.

Elke eerste zondag van de maand komen aanhangers van uiteenlopende natuurreligies er samen om ervaringen uit te wisselen en een netwerk op te bouwen. Alle paganistische (heidense) stromingen zijn welkom.

“Die openheid kunnen we ons permitteren omdat we stadsheksen zijn”, zegt Rinia, “Op het platteland ligt dat moeilijker. Door de strengere sociale controle en de invloed van de kerk kunnen heksengemeenschappen in een dorp zich niet makkelijk profileren. Dat zijn gesloten groepen.”

Maar ook in Amsterdam heersen volgens haar nog rare ideeën over natuurreligies. “Wij hebben veel raakvlakken met new age, maar je kunt beter zeggen dat je aan yoga of reiki doet dan dat je heks bent.”

Behalve tussen stads- en dorpsheksen is er ook verschil tussen heksen die zelfstandig opereren en die bij covens (heksenkringen) zijn aangesloten.

Sommige covens, zegt Sim, hebben ‘zware inwijdingsrituelen’, vieren álle acht jaarfeesten (feesten die overgangen in de natuur symboliseren) en elk maanfeest. “Je moet niet denken dat je daar een beetje de Harry Potter kunt uithangen; het is heel intensief.”

Rinia: “Vergeleken met hen zijn wij fröbelheksen. We pikken eruit waar we voor ons gevoel iets mee kunnen: genezen met kruiden, een paar jaarfeesten, wat rituelen. De strenge wicca’s bewandelen een vastgelegd pad met strenge regels. Zij griebelen van wat wij doen.”

Wanneer iemand een echte wicca is, vinden ze moeilijk vast te stellen, maar een aantal basisprincipes is volgens de drie van groot belang. Het erkennen van de god en de godin, het erkennen van zowel het goede als het kwade in je leven en de aandacht voor je omgeving.

En natuurlijk de Wet van Drie, zegt Mercedes. “Alles wat je een ander aandoet, of het nou goed is of kwaad, komt drie keer terug.”

De god en de godin staan symbool voor de mannelijke en de vrouwelijke kracht op aarde. “Anders dan in het christendom”, zegt Rinia. “Daar is al het vrouwelijke onder tafel geveegd. De kerk heeft sowieso geen fraaie geschiedenis: kruistochten, brandstapels – daar wil ik niet bij horen.”

De andere twee knikken instemmend. Sim: “Het christendom zoekt God buiten de mensen. Onzin. En dat idee van Jezus als verlosser; ik verlos mezelf wel.”

“De kerk heeft veel van de oude rituelen gewoon overgenomen”, zegt Mercedes, “Pasen komt van het vruchtbaarheidsfeest Ostara, kerst van midwinter, Allerheiligen van Samhain, het moment waarop het nieuwe heksenjaar begint.”

De meeste wiccarituelen beginnen met het trekken van een cirkel om de deelnemers. Mercedes: “Je creëert een tussenwereld. Binnenin die cirkel laat je alleen toe wat je voor het ritueel nodig hebt – zowel fysiek als mentaal. Dus ook bepaalde gedachten moeten erbuiten blijven.”

De vier windstreken worden aangeroepen als wachters. Wat er verder in de cirkel gebeurt, hangt van het ritueel af. “Met Ostara verwelkomen we de zomer en brengen we eieren in de cirkel als symbool van nieuw leven”, zegt Mercedes. “Halloween gaat over afscheid nemen – dan gedenken we de doden, en dat maakt vaak heftige emoties los.”

Sim: “De thema’s van de jaarfeesten betrek je op je eigen leven. Met het oogstfeest formuleer je bijvoorbeeld wat je het afgelopen seizoen zelf geoogst hebt. Zo dwingen processen in de natuur je naar jezelf te kijken. Het is soms een enorme confrontatie met jezelf.”

Om die confrontatie gaat het uiteindelijk, vinden de drie.

Rinia: “Daarin verschillen new age en wicca van elkaar. New-agemensen denken: ik koop een leuke steen en die lost mijn problemen op. Voor ons is het: ik loop hier tegenaan, dus ik moet dit zelf oplossen.”

Het heksencafé heeft moeilijke perioden gekend. Rinia: “Er kwamen bezoekers die vonden dat alles anders moest. Er was veel roddel en achterklap. Dan denk je: waar doe ik dit voor?”

Sim: “Het café trekt soms vreemde mensen aan. Laatst nog hadden we een man die beweerde dat hij God was. En door Harry Potter waren we bang dat naïeve lezers naar ons café zouden komen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Als je op zoek bent naar een toverschool, kom je bij ons bedrogen uit.”

Mercedes: “We hebben nu elke maand een redelijk vaste groep bezoekers. De meesten zijn rond de dertig, veertig jaar en serieus met paganisme bezig. Zo willen we het houden.”

“Het gaat goed nu”, zegt Rinia. “Mensen moeten ons zelf vinden. Overtuigen en binnenhalen doen we niet. Als religie te veel invloed krijgt, wordt het een bron van ellende. Laat wicca maar lekker klein blijven.”

http://www.trouw.nl/deverdieping/religie_filosofie/

In discussie met Adonai

In discussie met Adonai


In het boek Job gaat de hoofdpersoon de discussie aan met Adonai, dit thema kom je met name in de joodse cultuur tegen.

De redenering is als volgt:
Wij mensen hebben een convenant met Adonai, waarin wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd, waarop we elkaar kunnen aanspreken.

Het is een godsbeeld dat me wel aanspreekt!

What if God was one of us (Joan Osborne)

What if God was one of us (Joan Osborne)



 

If God had a name what would it be?
And would you call it to his face?
If you were faced with him
In all his glory
What would you ask if you had just one question?

*And yeah, yeah, God is great
Yeah, yeah, God is good
Yeah, yeah, yeah-yeah-yeah

What if God was one of us?
Just a slob like one of us
Just a stranger on the bus
Trying to make his way home

If God had a face what would it look like?
And would you want to see
If seeing meant that
you would have to believe
in things like heaven and in Jesus and the saints
and all the prophets (*)

Trying to make his way home
Back up to heaven all alone
Nobody calling on the phone
‘cept for the Pope maybe in Rome(*)

Just trying to make his way home
Like a holy rolling stone
Back up to heaven all alone
Just trying to make his way home
Nobody calling on the phone
‘cept for the Pope maybe in Rome

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma


dhritirashtra:

Ranged thus for battle on the sacred plain on kurukshetra – say, sanjaya!
Say what wrought my people, and the pandavas?

sanjaya:

When he beheld the host of pandavas raja duryodhana to drona drew, and spake these words:

“ah, guru! See this line, how vast it is of pandu fighting-men, embattled by the son of drupada, thy scholar in the war!

Therein stand ranked chiefs like arjuna, like to bhima chiefs, benders of bows; virata, yuyudhan, drupada, eminent upon his car, dhrishtaket, chekitan, kasi’s stout lord, purujit, kuntibhoj, and saivya, with yudhamanyu, and uttamauj subhadra’s child; and drupadi’s; – all famed!

All mounted on their shining chariots!

On our side, too, – thou best of brahmans!

See excellent chiefs, commanders of my line, whose names i joy to count: thyself the first, then bhishma, karna, kripa fierce in fight, vikarna, aswatthaman; next to these strong saumadatti, with full many more valiant and tried, ready this day to die for me their king, each with his weapon grasped, each skilful in the field.
Weakest – meseems our battle shows where bhishma holds command, and bhima, fronting him, something too strong!

Have care our captains nigh to bhishma’s ranks prepare what help they may!

Now, blow my shell!”

Then, at the signal of the aged king, with blare to wake the blood, rolling around like to a lion’s roar, the trumpeter blew the great conch; and, at the noise of it, trumpets and drums, cymbals and gongs and horns burst into sudden clamor; as the blasts of loosened tempest, such the tumult seemed!

Then might be seen, upon their car of gold yoked with white steeds, blowing their battle-shells, krishna the god, arjuna at his side: krishna, with knotted locks, blew his great conch carved of the “giant’s bone;” arjuna blew indra’s loud gift; bhima the terrible wolf-bellied bhima – blew a long reed-conch; and yudhisthira, kunti’s blameless son, winded a mighty shell, “victory’s voice;” and nakula blew shrill upon his conch named the “sweet-sounding,” sahadev on his called “gem-bedecked,” and kasi’s prince on his. Sikhandi on his car, dhrishtadyumn, virata, satyaki the unsubdued, drupada, with his sons, (o lord of earth!) Long-armed subhadra’s children, all blew loud, so that the clangor shook their foemen’s hearts, with quaking earth and thundering heav’n.

Then ’twas beholding dhritirashtra’s battle set, weapons unsheathing, bows drawn forth, the war instant to break – arjun, whose ensign-badge was hanuman the monkey, spake this thing to krishna the divine, his charioteer:

“drive, dauntless one!

To yonder open ground betwixt the armies; i would see more nigh these who will fight with us, those we must slay to-day, in war’s arbitrament; for, sure, on bloodshed all are bent who throng this plain, obeying dhritirashtra’s sinful son.”

Thus, by arjuna prayed (o bharata!) Between the hosts that heavenly charioteer drove the bright car, reining its milk-white steeds where bhishma led, and drona, and their lords.

“see!” spake he to arjuna, “where they stand, thy kindred of the kurus:”

And the prince marked on each hand the kinsmen of his house, grandsires and sires, uncles and brothers and sons, cousins and sons-in-law and nephews, mixed with friends and honored elders; some this side, some that side ranged: and, seeing those opposed, such kith grown enemies – arjuna’s heart melted with pity, while he uttered this:

arjuna:

Krishna!

As i behold, come here to shed their common blood, yon concourse of our kin, my members fail, my tongue dries in my mouth, a shudder thrills my body, and my hair bristles with horror; from my weak hand slips gandiv, the goodly bow; a fever burns my skin to parching; hardly may i stand; the life within me seems to swim and faint; nothing do i foresee save woe and wail! It is not good, o keshav!

Nought of good can spring from mutual slaughter!

Lo, i hate triumph and domination, wealth and ease, thus sadly won!

Aho!

What victory can bring delight, govinda! What rich spoils could profit; what rule recompense; what span of life itself seem sweet, bought with such blood?

Seeing that these stand here, ready to die, for whose sake life was fair, and pleasure pleased, and power grew precious: – grandsires, sires, and sons.

Brothers, and fathers-in-law, and sons-in-law, elders and friends!

Shall i deal death on these even though they seek to slay us?

Not one blow, o madhusudan! Will i strike to gain the rule of all three worlds; then, how much less to seize an earthly kingdom!

Killing these must breed but anguish, krishna!

If they be guilty, we shall grow guilty by their deaths; their sins will light on us, if we shall slay those sons of dhritirashtra, and our kin; what peace could come of that, o madhava?

For if indeed, blinded by lust and wrath, these cannot see, or will not see, the sin of kingly lines o’erthrown and kinsmen slain, how should not we, who see, shun such a crime we who perceive the guilt and feel the shame oh, thou delight of men, janardana?

By overthrow of houses perisheth their sweet continuous household piety, and – rites neglected, piety extinct enters impiety upon that home; its women grow unwomaned, whence there spring mad passions, and the mingling-up of castes, sending a hell-ward road that family, and whoso wrought its doom by wicked wrath.

Nay, and the souls of honored ancestors fall from their place of peace, being bereft of funeral-cakes and the wan death-water.

So teach our holy hymns.

Thus, if we slay kinsfolk and friends for love of earthly power, ahovat!

What an evil fault it were!
Better i deem it, if my kinsmen strike, to face them weaponless, and bare my breast to shaft and spear, than answer blow with blow.

So speaking, in the face of those two hosts, arjuna sank upon his chariot-seat, and let fall bow and arrows, sick at heart.

Ping: https://sacred-texts.com/hin/gita/bg01.htm

Book of Shadows, Grimoire, etc.

Book of Shadows, Grimoire, etc.


Ik begon ooit met dagboekaantekeningen, op een gegeven moment heb ik de aantekeningen gecondenseerd en in een grote archiefmap losbladig gezet, langzamerhand een aantal items op mijn website en weblog gezet bij wijze van online grimoire.

Belangrijke draden:

Cirkels
De astrologische cirkel: astrologie, taro, futhark, ogham.
De windroos: fengshui, bagua , seizoensfeesten.

Overeenkomsten
Bruggen tussen diverse systemen: astrologie, taro, futhark, ogham.

Dagelijkse praktijk
Integratie van spiritualiteit in alledaags handelen: maatschappelijke en persoonlijke actie vanuit magisch perspectief, zie Starhawk’s Reclaiming Wicca

Tempeltje / Zeeuwse godin weer thuis

Tempeltje / Zeeuwse godin weer thuis


(bron: Koert van der Velde, Trouw 2005-08-13)

Meer dan tweeduizend jaar geleden was de Zeeuwse godin Nehalennia of Neeltje Jans een begrip langs de grote rivieren en de Noordzeekust.
Na vele eeuwen te zijn vergeten, krijgt Neeltje Jans op Colijnsplaat weer een onderkomen.
Morgen opent de Zeeuwse commissaris van de koningin een nieuwe tempel met een traditioneel religieus ritueel.
Is Nehalennia écht helemaal dood?

De namaaktempel aan de jachthaven moet vooral toeristen lokken die naast
watersporten ook graag iets cultureels doen.
Maar de inwoners van Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland, hebben er gul geld voor op tafel
gelegd.

“Het mysterie erachter trekt”, zegt Arianne Jansen van de stichting, die de tempel heeft gebouwd, met een flinke zak geld uit Brussel en de handen van
vele vrijwilligers.
Vlak voor de kust van Colijnsplaat lag immers de verzonken stad Ganuenta, een belangrijk handelscentrum aan het begin van de jaartelling. En vlak buiten Ganuenta heeft de tempel van de godin Nehalennia gestaan.”

Een echt altaar in een vitrine, en de echte oude Romeinse plavuizen die in de vloer zijn verwerkt, moeten de verbeelding in dit ‘educatief centrum’ prikkelen.
De musealisering van de religie is compleet met een authentiek ritueel, dat commissaris van de koningin Van Gelder ter gelegenheid van de opening vandaag zal voltrekken, samen met een acteur die Nehalenniapriester speelt.

Zoals ooit een Romeinse consul of keizer onder toeziend oog van een priester de rechterhand op de deurpost hield en een gebed uitsprak, of een plengoffer van wijn op de drempel sprenkelde toen hij de inmiddels in het water verdwenen tempel van Nehalennia vlak buiten Colijnsplaat opende.

Monty Hansen, die de priesterrol speelt, vertelt dat de commissaris wel met het spel wil meedoen, maar tot op zekere hoogte.
“Met het uitspreken van een gebed aan Nehalennia moeten we anno 2005 uitkijken. Sommige christenen hebben daar moeite mee in dit gebied.”
In het kantoor van de commissaris wordt nog overleg.
De woordvoerder van de stichting wil de uitkomst geheim houden, en spreekt van ‘een verrassing voor het publiek ‘.

Het rituele gedrag van de commissaris ligt niet alleen gevoelig vanwege lange christen-tenen.
In het vaarwater van de musealisering van de Nehalenniacultus vindt ook een bescheiden ‘religiosering’ plaats en daar kan de commissaris zich evenmin mee identificeren.

Hansen bijvoorbeeld, die sinds zes jaar als vrijwilliger in attractiepark Archeon Nehalennia-priester speelt, noemt het brengen van offers, ‘voor tien procent religieus’. In de zomervakanties is offers brengen daar zijn dagelijkse werk.
Af en toe doet hij er een offer op een bruiloft bij.
Hij noemt een offer ,,een educatief-historisch toneelstukje, zonder er verder iets dieps bij te voelen. Gewoon gezellig mijn hobby uitoefenen.”
Maar dat is de ene kant van het verhaal.
,,Als je me vraagt: ‘geloof jij in die godin?’ dan zeg ik nee.
Maar als je me vraagt: ‘Kun je het ook doen in een biertent?’ dan zeg ik ook nee.
Het moet met respect gebeuren.”
En al voelt hij niets ‘dieps’, “voor tien procent heb ik er wel een religieus gevoel bij, en dat houd ik in ere”, zegt hij.
“Ik neem alle oude voorschriften van de Romeinse tempeldienst in acht, doe alles op de juiste
manier.
Ik ben religieus bezig, zoals ik op 5 december met Sinterklaas bezig ben: ik speel hem, en toch is het geen spelletje.”
Sommige bezoekers hebben ook religieuze gevoelens bij de toneelstukjes die hij opvoert, zegt Hansen.
Hij doet dan ook meer dan offers brengen aan Nehalennia.
,,Ik trok eens een orakel voor een vrouw die een naam zocht voor haar bedrijfje.
Ik trok alleen maar kaarten over dood en zo.
Dus ik zeg: ‘Mevrouw, ik weet het niet hoor, hoe het verder moet met die winkel van u’.
Bleek ze een winkel in begrafenisartikelen te hebben.”

Nog meer procenten religieuzer is de fluitist Jules Bitter.
Bitter heeft enkele CD’s gemaakt waarin Nehalennia centraal staat, en hij zal vandaag fluit spelen bij de opening van de tempel.
,,Een vrouwelijke zeegodin past mij als Zeeuw meer dan de vadergod van een woestijnvolk.”
Bitter noemt de hond die Nehalennia vaak vergezeld op altaarafbeeldingen ‘een Keltische totem’, en wijst op de appels, zeesterren, de maan en het brood als Nehalennia’s bekende symbolen.
,,We hebben religieuze symbolen nodig in het leven.
Nehalennia kan ons het gevoel van veiligheid en bescherming geven.”
Volgens Bitter heeft Nehalennia een belangrijke rol te spelen in onze tegenwoordige cultuur.
Hij zegt veel over de godin gelezen te hebben en zo tot een persoonlijke interpretatie te zijn gekomen.
“De dragende, voedende kracht waar zij voor staat, kan een tegenwicht zijn voor de mannelijke op efficiëncy gerichte rechtlijnigheid.”
De tempel in Colijnsplaat kan daarbij helpen, hoopt hij.
“Het zou mooi zijn als mensen via die tempel in contact komen met de vrouw in zichzelf en rust vinden, al zal die in de zomer, wanneer Colijnsplaats wordt overspoeld door toeristen
uit binnen- en buitenland ver te zoeken zijn.”

Danseres Anneke Wittermans gaat nog verder in de religiosering van de gemusealiseerde zeegodin. Ze zal bij de opening van de tempel vandaag haar ‘Nehalennia dans’ opvoeren en zo deze godin eren.
Nehalennia is voor haar ‘zowel mysterie als realiteit’, waarmee zij al dansend in contact probeert te
treden, zegt ze.
De stenen tempel is voor haar geen potentiële cultusplek om met de godin in contact te treden. Liever danst zij op het strand ‘aan de voeten’ van de zeegodin, al doet de plek er uiteindelijk niet toe.
“Het lichaam is als een tempel voor mij. De godin zit in jezelf. Je kunt haar eren met zang en dans. Dat werkt helend.”
Nehalennia verdient bekendheid en erkenning, vindt Wittermans.
,,Door ons erfgoed in ere te herstellen en Nehalennia te gedenken kunnen we van haar
leren.”
Aan stof voor verder fantaseren geen gebrek. Zo put zij uit een
pseudowetenschappelijke traditie die Zeeland als plek aanwijst waar Homerus’
Ilias en Odyssee zich in werkelijkheid zouden hebben afgespeeld. De
vrouwelijke priesters, die er volgens haar wellicht ooit de tempeldienst
deden, zijn met het christendom vervangen door celibataire mannen. En
daarmee is volgens haar een religieuze, met de kern van het bestaan
samenhangende vrouwenwijsheid verloren gegaan. “De Keltische Nehalennia
belichaamt een cultuur, die we vergeten zijn, maar die een wijsheid tot
uitdrukking brengt waar ook wij eenentwintigste eeuwers ons voordeel mee
zouden kunnen doen.”

,,Westerse vrouwen hebben misschien wel een grote mond, maar in feite hebben
ze weinig zelfvertrouwen. Het preutse van vroeger is omgeslagen in het ‘zet
de boel maar open’. Westerse vrouwen hebben zodoende weinig eigenwaarde,
stralen weinig waardigheid uit. De van oorsprong Keltische Nehalennia staat
voor de oervrouw met een krachtige persoonlijkheid, een type dat door het
masculine christendom om zeep is gebracht.”

Het christendom heeft godinnen als Neeltje Jans met Maria laten
samensmelten, maar daarmee heeft Wittermans nooit uit de voeten gekunt, zegt
ze. ,,Maria als maagd die een kind krijgt, daarmee kan ik als vrouw me toch
niet identificeren? Nehalennia heeft niet zulke contradicties, ontleent geen
status aan haar maagdzijn of het moederschap.”

De opening van de replica van de Nehalenniatempel noemt Wittermans ‘een geweldige stap’ in een mogelijke revival van de godin.
Volgens haar is het een kwestie van tijd dat de eerste wicca en andere ‘ heidenen’ de tempel van
Neeltje Jans zullen ontdekken als cultusplaats.

Voorlichter Arianne Jansen van de tempel kan daar echter kort over zijn: ,,Dat staan wij niet toe.” De tempel zal ook bijna altijd gesloten zijn, nieuwsgierigen wordt alleen door een grote glazen deur een blik op Nehalennia gegund.

De Vlissingense handelaar in wereldmuziek en esoterische parafernalia Henk Postma heeft zijn bedenkingen bij het tempelproject.
Hij is al jaren fan van Nehalennia en heeft ook een altaar voor haar opgericht in zijn winkel.
Hij noemt de tempelreplica een ‘gemiste kans’.
“Er is behoefte aan een plek van rust en bezinning rond de godin, en die tempel had dat kunnen bieden.
Van heinde en ver waren er dan belangstellenden naar Colijnsplaat afgereisd.
Een nieuw pelgrimsoord voor de oude zeegodin had Colijnsplaat wereldwijd op de kaart kunnen zetten.
Maar er zit geen visie achter, alleen een zak geld.
Het liefst zouden ze er een eftelingachtige plek van maken.
Zo wordt Nehalennia al aan ‘Zoutbaard’ gekoppeld, een fantasiefiguur uit een
nabijgelegen pretpark, in de hoop op commercieel succes.
Maar Nehalennia zal zo’n succes niet toestaan.
Zij zal er voor zorgen dat het project niet in de golven maar op een eigentijdse manier tenondergaat: in een financiële ramp.”

gott steht in der gottesgemeinde

gott steht in der gottesgemeinde


gott steht in der gottesgemeinde
im ring des gottwesens haelt er gericht:
biss wann wollt ihr richten falsch
das anlitz des frevler erheben?
fuer die schwachen und weisen, richtet,
bewahrheitet den gebeugten,
die armen, schwachen, dürftigen, lasset entrinnen.
rettet aus der hand der frevler
sie erkennen’s nicht,
haben’s nicht acht,
in verfinsterung gehen sie umher.
alle gruenden des Erdreich wanken
welbe ich hatte gesprochen
goetter seit ihr,
soehne des hoechsten ihr alle,
aber wie menschen musset ihr sterben
wie irgendeiner der fuersten fallen.
erhebe dich gott
richtet das erdreich
der du bisst
der zu eigen hatt
die weltstaemme alle


Martin Buber & Franz Rosenzweig, PS 82

Openbaringen van God

Openbaringen van God


Sporen van God zijn wellicht te vinden in de Joods-Christelijke bijbel, de Islamitische Koran, de Hindu-Veda, kortom alle ‘Heilige Boeken’.

De ‘Heilige Boeken’ ontstonden uit ‘waarnemingen’ van feilbare mensen die ‘iets’ hebben opgevangen via vizioenen, stemmen, etc.; vervolgens zijn de waarnemingen oraal doorgegeven en later opgetekend, om tenslotte na eeuwenlang redactiewerk van mensen gestandariseerd te worden, waarna er een neiging ontstond om het standaardwerk als enige waarheid te benoemen.

Als God iets te communiceren heeft naar de mens, dan lijkt het mij onwaarschijnlijk dat Hij/Zij buiten de officieel goedgekeurde ‘Heilige Boeken’ niet meer zou communiceren/manifesteren.

Verder lijkt het mij onwaarschijnlijk dat er slechts 1 enkel boek de enige waarheid zou bevatten.
Hoe kan je iets alomvattends bevatten in een beperkt boek, geschreven door beperkte mensen?

Welterusten, meneer de president

Welterusten, meneer de president


Meneer de president, welterusten.
Slaap maar lekker in je mooie witte huis.
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.
Denk vooral niet aan die zesenveertig doden,
die vergissing laatst met dat bombardement.
En vergeet het vierde van die tien geboden
die u als goed christen zeker kent.

Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten
eenzaam stervend in de verre tropennacht.
Laat die weke pacifistenkliek maar praten,
meneer de president, slaap zacht.

Droom maar van de overwinning en de zege,
droom maar van uw mooie vredesideaal
dat nog nooit door bloedig moorden is verkregen,
droom maar dat het u wel lukken zal dit maal.
Denk maar niet aan al die mensen die verrekken,
hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen zijn vermoord.
Droom maar dat u aan het langste eind zult trekken
en geloof van al die tegenstand geen woord.

Bajonetten met bloedige gevesten
houden ver van hier op uw bevel de wacht
voor de glorie en de eer van het vrije westen.
Meneer de president, slaap zacht.

Schrik maar niet te erg wanneer u in uw dromen
al die schuldeloze slachtoffers ziet staan
die daarginds bij het gevecht zijn omgekomen
en u vragen hoe lang dit nog zo moet gaan.
En u zult toch ook zo langzaamaan wel weten
dat er mensen zijn die ziek zijn van geweld,
die het bloed en de ellende niet vergeten
en voor wie nog steeds een mensenleven telt.

Droom maar niet te veel van al die dode mensen,
droom maar fijn van overwinning en van macht.
Denk maar niet aan al die vredeswensen.
Meneer de president, slaap zacht.

Boudewijn de Groot

Stromingen in Buddhisme

Stromingen in Buddhisme


In het oorspronkelijke Hinayana-Buddhisme moest je vele levens je best doen om je lost te maken van het Wiel van Wedergeboorte en Lijden.
In het latere Mahayana-Buddhisme kon je ook hulp verwachten van Boddhisatva’s (Verlichten die de uiteindelijke verlossing uitstellen om de wereldbewoners nog te kunnen verlossen).

De meeste inspiratie vind ik bij Boddhisatva Guanyin, de chinese variant van Avalokitesvara (degene die de kreten van de wereld aanhoort), die in deze verschijningsvorm veel lijkt op Moeder Maria.

Er zijn (volgens Martin Palmer) aanwijzingen, dat de Guanyin-verering omstreeks 900 zich ontwikkelde in het uiterste Westen van China, nabij het invloedsgebied van Perzie, waar het Nestoriaans Christendom aanwezig was.

Aan de Oostkust van China versmolt Guanyin met diverse bestaande beschermende Zeegodinnen, iets wat ze gemeenschappelijk heeft met Maria Stella Maris.

In Amsterdam is er een mooie Chinese Tempel, waar Guanyin zeer krijgshaftig staat afgebeeld met wapens (tegen illusie).