Day: June 24, 2010

Het reisgeschenk, spreker voor de doden


Vandaag had ik een teamuitje: wandelingen door de joodse buurt van Amsterdam, met als eindpunt Joods Historisch Museum. Een stukje trambaan is daar als monument achtergebleven, ter herinnering aan de tramlijn waarmee deportaties via station naar Auschwitz werden georganiseerd. Dan zie ik die geestentrein nog steeds rijden.

Het raakt me op verschillende manieren:
Het is ongeloofelijk hoe het hart van Amsterdam werd uitgerukt als consequentie van een populist die sluimerende sociale onrust mobiliseerde tot rassenhaat.
Onbegrijpelijk, dat mensen erna zeiden ‘dat nooit meer’, maar dat wij in deze generatie opnieuw moeten meemaken dat een peroxide populist het heeft over etnische registratie en deportaties, en dat hij zelfs in de regering kan komen.
En dan nog zijn er mensen, die geloven dat het niet zo’n vaart zal lopen, want dat dacht men destijds ook van die vent met die Chaplins-snor.

Ik zie parallellen tussen de Joodse en de Chinese diaspora. Mijn voorouders hebben een vergelijkbare sterke literaire traditie, en het handhaven van culturele identiteit ondanks verstrooing door tijd en ruimte. De koning van Siam noemde de Chinezen ‘de Joden van het Oosten’, want ook Chinezen doen het goed in de handel, een feit dat afgunst opwekt bij de autochtonen. Ik heb meegemaakt dat dit ertoe leidde dat de militaire machthebbers pogingen deed om de Chinezen te dwingen tot assimilatie, in feite een culturele moord door het verbieden van taal en rituelen en familienamen.

Op dit moment wil ik spreken voor die doden, de geesten willen door mij heen spreken.
Ik kijk naar het zwijgende schilderij, het is alsof de drie spirits me vragen om mijn stem aan hun te lenen.

Aanstaande Vrijdag, als ik de laatste fysieke resten van mijn vader naar zijn graf breng, heb ik de gelegenheid om mijn stem aan hem uit te lenen, om namens hem een laatste groet te brengen.

Dit is heftig sjamanistisch werk, ik hoop dat ik het aan kan gaan.

Het reisgeschenk, afscheid


Afscheid is de rode draad die nu door mijn verhaal loopt:

Komende Vrijdag draag ik de urn van mijn vader naar het urngraf, dan gaat de grafsteen ervoor, wederom wordt een hoofdstuk afgesloten en neem ik afscheid van de fysieke resten van mijn vader.

Ondertussen ben ik bezig met zoeken naar reguliere zorg voor mijn moeder, want ons mantelzorgsysteem valt uiteen, op termijn moet Ma naar een verzorgingstehuis en zal ze afscheid moeten nemen van het huis waar ze jarenlang heeft samengeleefd met Pa.

Het Reisgeschenk is nu bijna een maancyclus lang bij mij geweest, het wordt tijd om afscheid te nemen. Waarschijnlijk zal de overdracht komende vrijdag plaatsvinden aan het einde van de dag wanneer ik mijn jaarcyclus afsluit.

Binnenkort maak ik opnieuw de balans op van de diverse netwerken waarmee ik contacten heb, ik moet denken aan een vraag die een hyves-vriendin aan me stelde: wat is de meerwaarde van dit contact voor jou?
Een confronterende vraag, die ik mezelf opnieuw ga stellen met betrekking tot diverse internetcontacten, er zal weer een ronde volgen van ontvrienden. Niet omdat ik een hekel aan iemand heb, maar omdat ik tot de conclusie moet komen dat het contact geen wederzijdse inspiratie (meer) biedt.

Terugblikkend op het Reisgeschenk, zie ik hoeveel nieuwe inspiratie ik heb gekregen, maar ook confrontatie.

De hamvraag wordt straks: wie wil ik straks ‘Interesting Times’ toewensen?