Midwinter


WINTER, a sharp bitter day
the robin turns plump against the cold
the sun is weak
silver faded from gold
he is late in his coming
and short in his stay

Man, beast, bird and air all purging, all cleansing,
earth already purified awaits the rite of spring
Her bridal gown a virgin snow and frosts in her hair
A snowdrop by the road today
bowed gracefully and high upon the wing
up in the sparkling nothingness,
a lone bird began to sing
Can gentle spring be far away?

Tommy Maken

De Ballade van Li Po


Dit is de ballade van Li-Po
Chinese dichter van ‘t moment en van de wij
Van het lied der korte vreugde
Met wind en regen als gevrij

Misschien had hij enkel een zwerversnatuur
En was hij een blad in de wind
Misschien zocht hij daarom geen rust en geen duur
Verwond’ring kent ieder moment
Hij bouwde geen huis met een drempel, een tuin
Een brandkast voor d’ winter die komt
Hij zwierf door het hemelse rijk maar wat rond
Als een blad, als een steen, als een hond

Hij zong van de vrijheid, hij zong van de wijn
Hij zong van het korte moment
Het korte moment, dat een parel kan zijn
In ‘t leven dat ieder wel kent
Hij kende het troostende liefdesgebaar
Hij kende de as van het vuur
Hij voelde de pijn van het mens’lijk tekort
Maar hij zong naar z’n eigen natuur

In de Gele Rivier, op een maanlichte nacht
Zong hij zomaar met ‘t oog op de maan
Maar hij reikte te ver, en het is daar te diep
Veel te diep voor een mens om te staan
Een boot die leeg aankwam vertelde het nieuws
Aan de oever die schuilging in ‘t riet
En nog steeds zingt Hong-Ho z’n troosteloos lied
Om Li-Po, maar Li-Po hoort het niet

Lenny Kuhr

The Chariots Go Forth to War


The chariots go forth to war,

Rumbling, roaring as they go;

The horses neigh and whinny loud,

Tugging at the bit.

The dust swirls up in great dense clouds,

And hides the Han Yang bridge.

In serried ranks the archers march,

A bow and quiver at each waist;

Fathers, mothers, children, wives

All crowd around to say farewell.

Pulling at clothes and stamping feet,

They force the soldiers’ ranks apart,

And all the while their sobs and cries

Reach to the skies above.

"Where do you go to-day ?" a passer-by

Calls to the marching men.

A grizzled old veteran answers him,

Halting his swinging stride:

"At fifteen I was sent to the north

To guard the river against the Hun;

At forty I was sent to camp,

To farm in the west, far, far from home.

When I left, my hair was long and black;

When I came home, it was white and thin.

Today they send me again to the wars,

Back to the north frontier,

By whose gray towers our blood has flowed

In a red tide, like the sea–

And will flow again, for Wu Huang Ti

Is resolved to rule the world.

"Have you not heard how in far Shantung

Two hundred districts lie

With a thousand towns and ten thousand homes

Deserted, neglected, weed-grown?

Husbands fighting or dead, wives drag the plow,

And the grain grows wild in the fields.

The soldiers recruited in Shansi towns

Still fight; but, with spirit gone,

Like chickens and dogs they are driven about,

And have not the heart to complain."

"I am greatly honored by your speech with me.

Dare I speak of my hatreds and grief ?

All this long winter, conscription goes on

Through the whole country, from the east to the west,

And taxes grow heavy. But how can we pay,

Who have nothing to give from our land ?

A son is a curse at a time like this,

And daughters more welcome far;

For, when daughters grow up, they can marry, at least,

And go to live on a neighbor’s land.

But our sons? We bury them after the fight,

And they rot where the grass grows long.

"Have you not seen at far Ching Hai,

By the waters of Kokonor,

How the heaped skulls and bones of slaughtered men

Lie bleaching in the sun?

Their ancient ghosts hear our own ghosts weep,

And cry and lament in turn;

The heavens grow dark with great storm-clouds,

And the specters wail in the rain."

DuFu

Alles is te koop



Een driedubbele milkshake
Zeven kilo drop
Een tankauto
met koude limonade
Een race-auto, een crossfiets
Ik wil
een mooie pop
Elise, Camiel, Lizemijn, Paul & Merel: Wie wil
ons met kadootjes overladen?
Zeven punten
slagroomtaart
Of een fraaie rubberboot
Of een winkel
elektrieke treinen
Het leven is veel leuker als je elke
dag
In honderd leuke dingen kan verdwijnen

Alles is
te koop
Het is alleen een kwestie van betalen
Zeker als
je geld hebt
Het liefst een hele hoop
Dan kan je alles
bij me komen halen

Negen kilo appelmoes
Tien
patatjes met
Of twee supersnelle voetbalschoenen
Een
vliegmachien, een skateboard
Of een hele snelle pet
Het
gaat bij mij echt niet om miljoenen

Alles is te
koop
Het is alleen een kwestie van betalen
Zeker als je
geld hebt
Het liefst een hele hoop
Dan kan je alles bij
hem komen halen

Maar ik heb nog geen duppie
En ik
heb nog geen spie
En ik, ik heb ook niks om uit te
geven
We zijn een vrolijk cluppie
Maar geld hebben we
niet
Oh, hoe moeten wij nou vrolijk leven?

Alles is
te koop
Het is alleen een kwestie van betalen
Zeker als
je geld hebt
Het liefst een hele hoop
Dan kan je alles
bij hem/me komen halen

Maar kijk daar is de zee
En
kijk daar is het strand
Rennen
Rennen
Vlug voor het
te laat is
Wie gaat er met me mee
Rennen door het
zand
Zwemmen in de zee is lekker gratis
Evenals het
bos
En evenals de hei
Of gewoon een hele goeie
bui
Of een beste vriend
Of de slappe lach
Of een
lange middag lekker lui

Alles is te koop
Jij, jij
kan naar onze centen fluiten
Ik wil jullie geld zien
En
het liefst een hele hoop
Nee nee, we spelen lekker gratis
buiten
Nee, we spelen lekker gratis buiten

Kinderen voor kinderen

Nu is mijn laatste oma dood


,br>

Nu is mijn laatste oma dood
En niemand weet hoe ik haar mis
Want ik hou me nog altijd groot
Net als op haar begrafenis

Toen zei die man: "Ja, volgt u mij"
Het was nog koud.
Het was nog vroeg
Ik zag er ook wel mensen bij

Die hadden geen verdriet genoeg
Zondags ging ik naar oma toe
En alles mocht er op zo’n dag
Ze werd nooit mopperig of moe

Ze lachte om alles wat ik deed
Ik maakte deeg, ik maakte brood, ik maakte koek
Soms had ik me zo gek verkleed
Dan deed ze ‘t bijna in haar broek

Ik klom ook nog wel eens op haar schoot
Dan was ik zogenaamd weer klein
Nu is mijn laatste oma dood
Nooit kan ik meer een kleuter zijn

Haar leuke huis blijft wel bestaan
Het krijgt natuurlijk nieuw behang
Ik durf er niet meer naar toe te gaan
Al duurt de zondag nog zo lang

Wanneer de meester in de klas
Absolute stilte wil
Dan denk ik hoe mijn oma was
En dan word ik vanzelf wel stil

Kinderen voor kinderen

Pseudo-wetenschap


stel dat… is niet hetzelfde als: het is zo dat…

dat is het verschil tussen fictie en feit.

je fantasie uitleven is prima oefening voor de geest, zolang het onderscheid tussen fictie en feit helder blijft, anders is de kans voor geestesziekte groot.

Bijvoorbeeld:
Ik kan prima een Ufo visualiseren, maar het wordt toch iets heel anders als ik erna ga geloven dat ik die Ufo ook daadwerkelijk heb gezien in de fysieke werkelijkheid.

Ik krijg de indruk dat in menig sensatie-forum het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid verloren gaat.

De eigen ‘waarnemingen’ ondergaan dan te weinig de ‘reality-check’.

Als ik dingen waarneem die een ander niet waarneemt onder dezelfde omstandigheden, dan is de enige mogelijke conclusie dat er een verschil in waarneming is.
In zo’n geval kan ik niet zeggen: het is waarheid omdat ik het heb gezien.

Overigens is uit diverse onderzoeken gebleken dat ooggetuigenverslagen lang niet altijd zo betrouwbaar zijn als de politie zou willen.
Vandaar dat men dan ook graag fysiek tastbaar bewijs.

Nu kom ik dus op het punt waaraan ik me stoor in forums die gespecialiseerd zijn in ‘onverklaarbare waarnemingen’ (ufo’s, éntiteiten, aliens): de pretentie dat degenen die zoiets waarnemen zeer bijzondere mensen zijn, verheven boven degenen die het niet waarnemen, en bovendien het blind geloven in samenzweringstheorietjes mbt doofpotaffaires etc.

Dat soort forums wordt volgeschreven met allerlei ‘bijzondere waarnemingen’, de ene nog buitenissiger dan de ander, het lijkt wel eens een wedstrijdje ‘ghost-spotting’.

Zelf heb ik onder specifieke omstandigheden ‘iets’ in die richting waar kunnen nemen, nou en?
Wat is daar zo bijzonders aan? Word ik daarmee een beter mens?