Author: hgoei

Ragnarok, een voorspelling van het verleden?

Ragnarok, een voorspelling van het verleden?


Ragnarok, het (nood)lot der Goden, de eindstrijd waarin het complete Viking-pantheon onderling strijd levert: Asen en Wanen strijden tegen de Reuzen en ander gespuis; uiteindelijk wordt het hele pantheon vernietigd, de antagonisten moorden elkaar uit.

Het verhaal eindigt met een nieuw pantheon, samengesteld uit een paar overlevenden (zonen van Odin en Thor) en een paar wedergeboortes van eerder overleden goden (Balder & Hoder).

Dit verhaal wordt door sommige mensen tegenwoordig gezien als een voorspelling van Armageddon, maar voor hetzelfde geld zou je het kunnen duiden als een voorspelling van het einde van het Viking-pantheon, want dit verhaal werd opgetekend aan het einde van het Viking-tijdperk.

Significant is volgens mij de terugkeer van de Lichtgod Balder uit het dodenrijk, waarbij hij zich verzoent met Hoder die hem destijds per ongeluk doodde. Je zou daarin een voorafschaduwing kunnen zien van de komst van de Witte Christus, want tegen de tijd dat het verhaal van de Ragnarok werd opgetekend waren vele voormalige Viking-rijken bezig om over te gaan naar het christendom.

Priesterschap

Priesterschap


Authentiek priesterschap heeft volgens mij te maken met roeping, door de goden geroepen worden, vergelijkbaar met gnosis: een innerlijk weten, je weet wat je te doen staat, ongeacht wat de maatschappelijke of de religieuze doctrines.
Priesterschap gaat verder dan leken-deelname aan het religieuze leven, het heeft volgens mij ook te maken met leiderschap, voorbeeldfunctie voor de gemeenschap.
Van een priester zou ik ook meer verwachten mbt contact met de goden, praktische kennis van relieuze en menselijke kwesties.

Een priester, die zijn/haar roeping werkelijk doorleeft, in de praktijk brengt, dat is iemand die ik kan respecteren, ongeacht de stroming.

Overigens ben ik van mening, dat de maatschappelijke functie van de priester minstens even belangrijk is als de sacrale functie.
Het soort priesterschap dat mij het meeste aanspreekt is er een dat zich midden in de maatschappij beweegt, met de nadruk op pastoraal werk.

Wat natuurlijk niet uitsluit, dat iemand anders kiest voor een ander soort priesterschap, bijv. met de (exclusieve) nadruk op de sacrale functie of het andere uiterste de nadruk op de maatschappelijke functie.
Binnen diverse tradities zie je ook verschillende soorten priesters, elk met hun eigen specialisaties.

Aboriginal Art Museum

Aboriginal Art Museum


De rondleiding in het museum was heel inspirerend:

Bij het kijken naar zo’n Aboriginal schilderij met stippeltjespatroon moest ik even met een andere blik kijken, door de oogharen een beetje wazig bijvoorbeeld, zo zag ik een heel landschap wat ook later bleek te kloppen volgens het kaartje naast het schilderij.
Eigenlijk moet je zoiets zien in de rituele context waarin het wordt gemaakt, in de combinatie met zang, dans, verhaal over de Droomtijd.

De totempalen waren op een bijzondere manier bij elkaar gezet, aan de noordzijde afgezaagde boomstammen met stippeltjespatroon (symbool voor lichtjes bij nacht, van de aankomende schepen van de kolonisten) en kraanvogelveren (symbool voor de Aboriginal Wachters), aan de zuidzijde boomstammen waarvan de bovenzijde symbolische wortels toonden (voor het contact met de voorouders).

Een paar thema’s uitgelicht die ik ook in andere tradities ben tegengekomen:
De Witte Vogel als voorbode van de Dood.
De Kraanvogel als Wachter.
Het Magische Landschap dat samenvloeit met de Alledaagse Werkelijkheid.
De traditioneel vastgelegde rol van het individu in de samenleving.
Het belang van de orale traditie.
De noodzaak voor geheimhouding mbt specifieke details van de traditie.

Wat zijn Elven?

Wat zijn Elven?


Mbt de Keltische elven gaan de oude verhalen in de Ierse traditie over goddelijke wezens, die in een veldslag door mensen werden verslagen en naar de holle heuvels werden verbannen.
Ook bij dit type elven komen beroemde smeden voor (Zoals Govannon), en zijn onderaardse schatten te vinden (Zoals bij Arawn, heer van de onderwereld).
Samhain was zo gevaarlijk, omdat juist dan de Sidh uit de heuvels konden komen om rond te spoken.
In latere verhalen kom je ze ook meer tegen in (afgelegen) bossen.
Goden-voorouders-dodenrijk zijn dus ook voor deze elven mogelijke associaties.
Mbt de Nordische svart-alvar moet ik inderdaad eerder denken aan dwergen, chtonische onderwereld-types, via de associatie met mineralen ook te associeren met smeedkunst en schatten.

De Elzenkoning zou een verkeerde vertaling zijn van het Deense Ellerkonge, Elvenkoning, maar via die associatie wordt een natuurwezen samengevoegd tot Heer van de Dood.
Anderzijds, het hoofd van Bran (‘Els’) word na zijn dood nog geraadpleegd als Orakel, en later komt hij als Heer van de Onderwereld slag leveren tegen Gwydion (zie ook ‘the battle of the trees’)

Misschien dat de mythos van Elven valt terug te voeren tot een voorouder-cultus of dodencultus, maar de associatie naar natuurgeesten hoort er ook bij.
Wellicht een synthese, het idee dat voorouders als boomgeest voortleven?

Heer Halewyn

Heer Halewyn


Heer Halewyn zong een liedekijn,
Al die dat hoorde wou bi hem zijn.

En dat vernam een koningskind,
Die was zoo schoon en zoo bemind.

Zi ging voor haren vader staen:
‘Och vader, mag ik naer Halewijn gaen?’

‘Och neen, gy dochter, neen, gy niet:
Die derwaert gaen, en keeren niet!’

Zy ging voor hare moeder staen:
‘Och moeder, mag ik naer Halewyn gaen?’

‘Och neen, gy dochter, neen, gy niet:
Die derwaert gaen, en keeren niet!’

Zy ging voor hare zuster staen:
‘Och zuster, mag ik naer Halewyn gaen?’

‘Och neen, gy zuster, neen, gy niet:
Die derwaert gaen, en keeren niet!’

Zy ging voor haren broeder staen:
‘Och broeder, mag ik naer Halewyn gaen?’

”t Is my al eens, waer dat gy gaet,
Als gy uw eer maer wel bewaerd
En gy uw kroon naer rechten draegt!’

Toen is zy op haer kamer gegaen
En deed haer beste kleeren aen.

Wat deed zy aen haere lyve?
Een hemdeken fynder als zyde

Wat deed zy aen? Haer schoon korslyf:
Van gouden banden stond het styf.

Wat deed zy aen? Haren rooden rok:
Van steke tot steke een gouden knop.

Wat deed zy aen? Haren keirle:
Van steke tot steke een peirle.

Wat deed zy aen haer schoon blond hair?
Een krone van goud en die woog zwaer.

Zy ging al in haer vaders stal
En koos daer ‘t besten ros van al.

Zy zette zich schrylings op het ros:
Al zingend en klingend reed zy doort bosch.

Als zy te midden ‘t bosch mogt zyn,
Daer vond zy myn heer Halewyn.

Hy bondt syn peerd aen eenen boom,
De joncvrouw was vol anxt en schroom.

‘Gegroet’, sei hy, ‘gy schoone maegd,
Gegroet’, sei hy, ‘bruyn oogen claer,
Comt, zit hier neer, onbindt u hair.’

Soo menich hair dat si onbondt,
Soo menich traentjen haer ontron.

Zy reden met malkander voort
En op de weg viel menig woord.

Zy kwamen al aen een galgenveld;
Daer hing zoo menig vrouwenbeeld.

Alsdan heeft hy tot haer gezeid:
‘Mits gy de schoonste maget zyt,
Zoo kiest uw dood! het is noch tyd.’

‘Wel, als ik dan hier kiezen zal,
Zoo kieze ik dan het zweerd voor al.

Maer trekt eerst uit uw opperst kleed.
Want maegdenbloed dat spreidt zoo breed,
Zoot u bespreide, het ware my leed.’

Eer dat zyn kleed getogen was,
Zyn hoofd lag voor zyn voeten ras;
Zyn tong nog deze woorden sprak:

‘Gaet ginder in het koren
En blaest daer op mynen horen,
Dat al myn vrienden het hooren!’

‘Al in het koren en gaen ik niet,
Op uwen horen en blaes ik niet..’

‘Gaet ginder onder de galge
En haelt daer een pot met zalve
En strykt dat aen myn rooden hals!’

‘Al onder de galge gaen ik niet,
Uw rooden hals en strijk ik niet,
Moordenaers raed en doen ik niet.’

Zy nam het hoofd al by het haer,
En waschtet in een bronne klaer.

Zy zette haer schrylings op het ros,
Al zingend en klingend reed zy doort bosch.

En als zy was ter halver baen,
Kwam Halewyns moeder daer gegaen:
‘Schoon maegd, zaegt gy myn zoon niet gaen?’

‘Uw zoon heer Halewyn is gaen jagen,
G’en ziet hem weer uw levens dagen.

Uw zoon heer Halewyn is dood
Ik heb zijn hoofd in mynen schoot
Van bloed is myne voorschoot rood.’

Toen ze aen haers vaders poorte kwam,
Zy blaesde den horen als een man.

En als de vader dit vernam,
‘t Verheugde hem dat zy weder kwam.

Daer wierd gehouden een banket,
Het hoofd werd op de tafel gezet.

Netwerk-marketing zuigt

Netwerk-marketing zuigt


Ik moet denken aan pyramide-constructies van network-marketing, zoals toegepast bij diverse systemen:
Aloe Vera, Nikken, Herbalife etc.

Altijd het gevoel gehad dat dit systeem niet klopte, want het is gebaseerd op een verkoop binnen netwerken van vrienden of cursisten, dan krijg je verstrengeling van belangens.

Ooit tegen een goede vriendin, die hiermee bezig was gezegd:
“Als ik nu nee tegen jouw product zeg, voel ik me schuldig naar jou toe, dat voelt niet goed aan, ik begin niet aan dit systeem”.

Nog erger is het, als je therapeut of trainer je zoiets probeert aan te smeren, want in de leraar-leerling situatie is het nog moeilijker om nee te zeggen.

Kortom, network-marketing zuigt!

Psalm 18

Psalm 18


Love is my strength
It is the rock that is my anchor,
my home, my shelter,
my steadfast friend, my respite.
I call to Love when in danger,
I rely on Love in the time of death;
In distress Love rises to my lips.

Hurricanes rage, tornadoes destroy,
The sea rises like a mountain
and the mounatins shake and fall like waves;
The dark and the light dance and sparkle as
Stars leap across time to the rhythm of Love,
Lightening and river kiss in passion, tongues touching,
At the call of Love.

Love is my strength.
She has tucked me in the down of her wing,
Fed me a merciful harvest.

Comfort to my body,
balm for my soul,
answer to my longing,

Angela Magara

Shapechangers & Otherkin

Shapechangers & Otherkin


In de vroege fase van de foetus zijn mensen nog reptielen, dus eigenlijk zijn we allemaal reptielen.

Er zijn overleveringen mbt reptielmensen zoals de Naga, en andere verhalen over diverse beestmensen, en vergeet niet de overleveringen mbt shapechangers (mensen die in beesten kunnen veranderen of andersom)

In de sjamanistische tradities is shapechanging een belangrijke techniek, maar wordt er weinig moreel oordeel geveld mbt het soort wezen waarin je verandert of waarmee je verbinding hebt.
Slang is een Wijze Genezer, dus als er iets zou bestaan als Slangemensen dan zit daar niet perse negatieve connotaties aan in het sjamanistische perspectief.
Het idee dat Slangemensen per definitie slecht zijn, is een misvatting uit de Joods-Christelijke traditie die de Slang heeft gedemoniseerd.

Een moderne variant vh idee van Shapechangers zijn de zgn Otherkin, mensen die geloven dat ze eigenlijk andere wezens zijn in mensengedaante.
Nu kan ik me best wel voorstellen dat iemand tijdens een sjamanistische trance Beer manifesteerd, maar volgens mij is het in de sjamanistische tradities niet zo dat iemand zoiets ook in de dagelijkse werkelijkheid continue doet.

Kol Nidrei

Kol Nidrei


Alle geloften,
namelijk de verbintenissen, de onthoudingen, de verplichtingen, de vaststellingen, de plichten en de eden, die wij beloven, zweren, onszelf opdragen en binden op onze ziel, vanaf deze Jom Kippoerim tot de Jom Kippoerim die vervolgens komt, bij welzijn; zij alle, wij hebben spijt daarvan, zij alle zijn ongeldig, nietig, geannuleerd, gestopt en ontbonden, niet gelden ze en niet blijven ze overeind.
Onze geloften zijn geen geloften, onze eden geen eden.

https://en.wikipedia.org/wiki/Kol_Nidre

Bezetenheid

Bezetenheid


In de Reclaiming-traditie wordt gesproken over ‘aspecteren’, dwz tot op zekere hoogte/diepte je laten overnemen door ‘dat andere’.

Afhankelijk van hoe ver je daarin wil/kan gaan, het is dus een kwestie van hoeveel controle je overgeeft.
In de ‘lichte’ trance voel je vaag die ‘aanwezigheid’ terwijl je de ‘normale wereld’ ook nog op de achtergrond ervaart, in de ‘diepe’ trance is de ‘normale wereld’ zo ver op de achtergrond dat je die niet meer waarneemt maar in de plaats daarvan de ‘andere wereld’, in die laatste variant kan het gebeuren dat ‘de ander’ jouw hele systeem helemaal overneemt.

Een extreme variant hiervan kan je zien bij de trances bij voudoun-priesteressen, waar de hele lichaamstaal wordt overgenomen door de karakteristieke bewegingen van ‘die ander’ .

In deze tradities wordt ‘bezetenheid’ of ‘het aspecteren’ gezien als dienstbaarheid aan de goden, iets in de trant van je lichaam uitlenen zodat de godheid kan spreken en handelen in de menselijke werkelijkheid.

In de Joods-christelijke traditie heeft de term ‘bezetenheid’ een slechte naam gekregen, omdat deze wordt geassocieerd met ‘bezetenheid door slechte geesten’.

In mijn visie beschouw ik de ‘goden’ als archetypes, die met enige voorzichtigheid benaderd moeten worden, dus ook in het ‘aspecteren’ of ‘bezetenheid’.

Voor alles is er een tijd en een plaats, je kan niet overal zomaar Dionysos ongebreideld aspecteren (om maar een voorbeeld te noemen).