Tag: mystery

De Elementen-leer: Griekse vs Chinese traditie

De Elementen-leer: Griekse vs Chinese traditie


De leer van de Vijf Elementen in de Chinese Filosofie is een heel ander systeem dan de leer van de Vier Elementen in de Griekse filosofie.

In de Chinese Filosofie wordt eigenlijk gesproken over ‘veranderingsfasen’ (hout, vuur, aarde, metaal, water), het verwijst naar ‘staten van zijn’ bij uiteenlopende fenomenen (lichamelijke en geestelijke gezondheid, seizoenen, karakter, strategie), de Vijf Veranderingsfasen verwijzen voornamelijk naar symbolische concepten.

In de Griekse Filosofie verwijzen de vier elementen naar de vier primaire bouwstenen van het universum, waarbij eventueel een vijfde element (quintessence) aan wordt toegevoegd. Oorspronkelijk verwijzen de Vier Elementen naar fysieke concepten.

Het concept van Hemel is in de Griekse Filosofie goed te corresponderen met het Element Lucht, maar als je in de Chinese Filosofiehet concept Hemel koppelt met ‘Hout’, heb je te maken met andere mentale en gevoels-associaties

Oorsprong van de Yi

Oorsprong van de Yi


de Yi is veel meer uitgebouwd en gedocumenteerd dan andere orakel-vormen (Runen, Ifa, taro) gewoon een kwestie van ononderbroken documentatie van commentaren op commentaren op de traditie van de Shang(1600 voor de jaartelling t/m heden), waardoor de Yi een levende traditie is gebleven.

Na de Shang kwam de Zhou dynastie, volgens de overlevering werd het Orakel van Zhou (de Zhou Yi) opgesteld in de nadagen van de Shang.

Modern onderzoek heeft uitgewezen dat de Yi waarschijnlijk is gebaseerd op het [bot-orakel van de Shang

Intuitief Orakelen

Intuitief Orakelen


Om effectief te kunnen werken met Orakels, is het belangrijk om de intuitie aan het werk te zetten.

Om de intuitie aan het werk te zetten, moet je proberen om het lineaire causale denken los te laten.
Want meestal raadpleeg je het Orakel wanneer de ‘normale’ denkwijze je niet verder brengt.

De methode die ik hanteer om de intuitie aan het werk te zetten, is een vorm van vrije associatie, het kan best zijn dat je eerste reactie is ‘ja maar dat is toch niet logisch?’
Mijn reactie is dan: ‘Juist, het was juist de bedoeling om de logica even los te laten, anders had je het Orakel toch niet gevraagd?’

Het mysterie van ‘Alle Geesten’

Het mysterie van ‘Alle Geesten’


Yehe, als huurzwaard ook bekend onder de naam Whitecrane, had in de haven al geruchten opgevangen, dat Kapitein Jona van het schip ‘Alle Geesten’ opnieuw avonturiers zocht om zijn uitgedunde bemanning aan te vullen. Dat kwam Yehe wel goed uit, de buit van zijn vorige avontuur was ondertussen helemaal opgegaan aan het goede leven… Dat ‘Alle Geesten’ de reputatie had van spookschip, kon Yehe niets schelen, dat soort sterke verhalen werden wel meer verteld na een paar slokken rum. Nu was de reputatie van de kapitein wel bekend, Yehe was hem reeds eerder tijdens de vaart tegengekomen, de ene keer als bondgenoot en de andere keer als concurrent, zo gaan die dingen bij de Broederschap van de Zee. Op weg naar taveerne ‘de Kat’ passeerde Yehe een vrouw, gehuld in wijde kleren, die echter niet konden verhullen dat zij zwaar bewapend was: een koppel pistolen, een werpbijl en een sabel. Als groet plaatste Yehe zijn rechtervuist op zijn borst (waarbij hij terloops controleerde of de bandolier van de zwaardschede op zijn rug goed zat), zijn linkerhand zwaaide losjes langs zijn linkerheup (waar zijn langmes op grijpafstand lag). De vrouw keek niet op of om, ze trok haar gezicht (dat verborgen was onder een wijde pet en lange haren) nog dieper tussen de schouders en liep in de richting van de haven, terwijl ze Yehe aan zijn linkerhand passeerde. In het voorbijgaan observeerde Yehe haar nog vanuit zijn ooghoek, het moment was snel voorbij. Daar was de Taveerne! Zo’n twintig passen voor Yehe ging net een man met een houten been naar binnen, op zijn linkerschouder zat een vuilbekkende papegaai. Yehe herkende meteen Kapitein Jona, die meteen een luidruchtige uitwisseling had met de waard. Bij het binnenkomen zag Yehe in een donkere hoek een mooie vrouw verscholen, maar toen ze zijn blik zag keek ze hem stuurs aan met een uitdrukking van ‘blijf van mijn lijf’, met een innerlijke zucht liep Yehe verder naar de bar om de Kapitein te begroeten: “Ahoi Jona! Long time no see, matey!”

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken


elk chinees symbool heeft diverse bijbetekenissen, vertaling met slechts één woord maakt een meerdimensionaal ‘plaatje’ tot een platte tekst.

Om de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken invoelbaar te maken, zou je eigenlijk bij elk symbool de diverse bijbetekenissen moeten plaatsen, zodat je bij elke nieuwe lezing van de tekst telkens weer opnieuw een ander vertaalspoor kan volgen, net zoals je bij een tarot-legging dezelfde reeks plaatjes telkens anders kan duiden.

Goede voorbeelden in dit opzicht zijn:

‘tao te ching’ the definitive edition (Jonathan Star)
‘i ching’ het klassieke chinese boek der veranderingen, nieuwe vertaling en corcodantie (geschreven door Rudolf Ritsema & Stephen Karcher, vertaald door Ria van Hengel)

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma


dhritirashtra:

Ranged thus for battle on the sacred plain on kurukshetra – say, sanjaya!
Say what wrought my people, and the pandavas?

sanjaya:

When he beheld the host of pandavas raja duryodhana to drona drew, and spake these words:

“ah, guru! See this line, how vast it is of pandu fighting-men, embattled by the son of drupada, thy scholar in the war!

Therein stand ranked chiefs like arjuna, like to bhima chiefs, benders of bows; virata, yuyudhan, drupada, eminent upon his car, dhrishtaket, chekitan, kasi’s stout lord, purujit, kuntibhoj, and saivya, with yudhamanyu, and uttamauj subhadra’s child; and drupadi’s; – all famed!

All mounted on their shining chariots!

On our side, too, – thou best of brahmans!

See excellent chiefs, commanders of my line, whose names i joy to count: thyself the first, then bhishma, karna, kripa fierce in fight, vikarna, aswatthaman; next to these strong saumadatti, with full many more valiant and tried, ready this day to die for me their king, each with his weapon grasped, each skilful in the field.
Weakest – meseems our battle shows where bhishma holds command, and bhima, fronting him, something too strong!

Have care our captains nigh to bhishma’s ranks prepare what help they may!

Now, blow my shell!”

Then, at the signal of the aged king, with blare to wake the blood, rolling around like to a lion’s roar, the trumpeter blew the great conch; and, at the noise of it, trumpets and drums, cymbals and gongs and horns burst into sudden clamor; as the blasts of loosened tempest, such the tumult seemed!

Then might be seen, upon their car of gold yoked with white steeds, blowing their battle-shells, krishna the god, arjuna at his side: krishna, with knotted locks, blew his great conch carved of the “giant’s bone;” arjuna blew indra’s loud gift; bhima the terrible wolf-bellied bhima – blew a long reed-conch; and yudhisthira, kunti’s blameless son, winded a mighty shell, “victory’s voice;” and nakula blew shrill upon his conch named the “sweet-sounding,” sahadev on his called “gem-bedecked,” and kasi’s prince on his. Sikhandi on his car, dhrishtadyumn, virata, satyaki the unsubdued, drupada, with his sons, (o lord of earth!) Long-armed subhadra’s children, all blew loud, so that the clangor shook their foemen’s hearts, with quaking earth and thundering heav’n.

Then ’twas beholding dhritirashtra’s battle set, weapons unsheathing, bows drawn forth, the war instant to break – arjun, whose ensign-badge was hanuman the monkey, spake this thing to krishna the divine, his charioteer:

“drive, dauntless one!

To yonder open ground betwixt the armies; i would see more nigh these who will fight with us, those we must slay to-day, in war’s arbitrament; for, sure, on bloodshed all are bent who throng this plain, obeying dhritirashtra’s sinful son.”

Thus, by arjuna prayed (o bharata!) Between the hosts that heavenly charioteer drove the bright car, reining its milk-white steeds where bhishma led, and drona, and their lords.

“see!” spake he to arjuna, “where they stand, thy kindred of the kurus:”

And the prince marked on each hand the kinsmen of his house, grandsires and sires, uncles and brothers and sons, cousins and sons-in-law and nephews, mixed with friends and honored elders; some this side, some that side ranged: and, seeing those opposed, such kith grown enemies – arjuna’s heart melted with pity, while he uttered this:

arjuna:

Krishna!

As i behold, come here to shed their common blood, yon concourse of our kin, my members fail, my tongue dries in my mouth, a shudder thrills my body, and my hair bristles with horror; from my weak hand slips gandiv, the goodly bow; a fever burns my skin to parching; hardly may i stand; the life within me seems to swim and faint; nothing do i foresee save woe and wail! It is not good, o keshav!

Nought of good can spring from mutual slaughter!

Lo, i hate triumph and domination, wealth and ease, thus sadly won!

Aho!

What victory can bring delight, govinda! What rich spoils could profit; what rule recompense; what span of life itself seem sweet, bought with such blood?

Seeing that these stand here, ready to die, for whose sake life was fair, and pleasure pleased, and power grew precious: – grandsires, sires, and sons.

Brothers, and fathers-in-law, and sons-in-law, elders and friends!

Shall i deal death on these even though they seek to slay us?

Not one blow, o madhusudan! Will i strike to gain the rule of all three worlds; then, how much less to seize an earthly kingdom!

Killing these must breed but anguish, krishna!

If they be guilty, we shall grow guilty by their deaths; their sins will light on us, if we shall slay those sons of dhritirashtra, and our kin; what peace could come of that, o madhava?

For if indeed, blinded by lust and wrath, these cannot see, or will not see, the sin of kingly lines o’erthrown and kinsmen slain, how should not we, who see, shun such a crime we who perceive the guilt and feel the shame oh, thou delight of men, janardana?

By overthrow of houses perisheth their sweet continuous household piety, and – rites neglected, piety extinct enters impiety upon that home; its women grow unwomaned, whence there spring mad passions, and the mingling-up of castes, sending a hell-ward road that family, and whoso wrought its doom by wicked wrath.

Nay, and the souls of honored ancestors fall from their place of peace, being bereft of funeral-cakes and the wan death-water.

So teach our holy hymns.

Thus, if we slay kinsfolk and friends for love of earthly power, ahovat!

What an evil fault it were!
Better i deem it, if my kinsmen strike, to face them weaponless, and bare my breast to shaft and spear, than answer blow with blow.

So speaking, in the face of those two hosts, arjuna sank upon his chariot-seat, and let fall bow and arrows, sick at heart.

Ping: https://sacred-texts.com/hin/gita/bg01.htm

Meditatie en Krijgskunst

Meditatie en Krijgskunst


Zen is de japanse versie van Ch’an; Ch’an is de chinese versie van dhyana, een specifieke meditatievorm: ‘zit stil en doe niets’.
De oervorm van Dhyana kan je terugvinden in de Bhagavat Gita
In het kort komt de techniek er op neer, dat je probeert om voortdurend bewust te blijven bij al je fysieke en psychische processen, niet alleen tijdens meditatie maar ook tijdens het dagelijkse handelen (eten, vrijen, werken etc).
Vanouds is er een verband gelegd tussen Zen & Krijgskunst, het was een meditatievorm die de samurai zeer aansprak. Miyamoto Musashi is een goed voorbeeld!
Hetzelfde verband kan je leggen tussen de oervorm Dhyana en Krijgskunst:
in de Bhagavad Gita spreekt de wagenmenner Krishna met de krijgsheer Arjuna over de manier waarop hij ten midden van de burgeroorlog toch zijn meditatie kon beoefenen.
Het bedrijven van de combinatie Meditatie & Krijgskunst is een leefwijze, die in de oorspronkelijke vorm haaks staat op Flower Power/New Age; in moderne ogen is iemand als Musashi een zwervende seriemoordenaar.
En bedenk eens, hoeveel Japanse militairen waren er tijdens de Wereldoorlog niet geinspireerd door de Bushido-versie van Zen?
De oervorm van de Bushido-filosofie is de filosofie van de Xia: deze verwijst naar het concept van een rechtvaardig mens die vanuit zijn/haar innerlijke waarheid onrecht desnoods met geweld bestrijdt.
In tegenstelling tot de Bushido, staat de Xia los van het feodale stelsel; er is nadruk op trouw aan eigen overtuiging in plaats van trouw aan ‘het bevoegd gezag’.