Author: hgoei

Wicca moet maar lekker klein blijven

Wicca moet maar lekker klein blijven


Bron: Trouw 22-10-2005:
Wicca moet maar lekker klein blijven

Stadsheksen Rinia, Mercedes en Sim zijn tevreden over hun maandelijkse caféavond voor paganisten. “Maar je kunt nog altijd beter zeggen dat je op yogales zit.”
Het zou elke bruine kroeg in Amsterdam kunnen zijn: een lange bar, een paar tafeltjes met kaarsen, te harde muziek. Maar in deze schemerige ruimte huist een heksencafé. De enige tekenen: boven de bar hangt een klein pentagram en op een tafeltje naast de wc’s ligt het Book of Shadows, het door de betrokken heksen zelf samengestelde ‘heilige boek’. Daarin enthousiaste briefjes van gasten, een handleiding voor het maken van ‘maanlinten’ (voor elke stand van de maan een andere kleur) en de huisregels (er mag in het heksencafé niet gerekruteerd worden).

Drie vrouwen, Rinia, Mercedes en Sim – ze willen niet met hun achternaam in de krant – zijn de initiatiefnemers.

Rinia (40) omschrijft een heks als “iemand die zich met wicca bezighoudt, een natuurreligie gebaseerd op oude Keltische gebruiken”. Zelf kwam ze met wicca in aanraking nadat ze ‘ergens in het leven een plank had misgeslagen’ en op zoek was naar zingeving.

Haar zusje Mercedes (33) raakte ook geïnteresseerd, en samen verdiepten ze zich in de rituelen. Toen ze op een heksenforum Sim (25) tegenkwamen, was de kring compleet. De drie vrouwen organiseerden een avond om met gelijkgestemden in contact te komen, en zo ontstond twee jaar geleden het heksencafé in Amsterdam.

Elke eerste zondag van de maand komen aanhangers van uiteenlopende natuurreligies er samen om ervaringen uit te wisselen en een netwerk op te bouwen. Alle paganistische (heidense) stromingen zijn welkom.

“Die openheid kunnen we ons permitteren omdat we stadsheksen zijn”, zegt Rinia, “Op het platteland ligt dat moeilijker. Door de strengere sociale controle en de invloed van de kerk kunnen heksengemeenschappen in een dorp zich niet makkelijk profileren. Dat zijn gesloten groepen.”

Maar ook in Amsterdam heersen volgens haar nog rare ideeën over natuurreligies. “Wij hebben veel raakvlakken met new age, maar je kunt beter zeggen dat je aan yoga of reiki doet dan dat je heks bent.”

Behalve tussen stads- en dorpsheksen is er ook verschil tussen heksen die zelfstandig opereren en die bij covens (heksenkringen) zijn aangesloten.

Sommige covens, zegt Sim, hebben ‘zware inwijdingsrituelen’, vieren álle acht jaarfeesten (feesten die overgangen in de natuur symboliseren) en elk maanfeest. “Je moet niet denken dat je daar een beetje de Harry Potter kunt uithangen; het is heel intensief.”

Rinia: “Vergeleken met hen zijn wij fröbelheksen. We pikken eruit waar we voor ons gevoel iets mee kunnen: genezen met kruiden, een paar jaarfeesten, wat rituelen. De strenge wicca’s bewandelen een vastgelegd pad met strenge regels. Zij griebelen van wat wij doen.”

Wanneer iemand een echte wicca is, vinden ze moeilijk vast te stellen, maar een aantal basisprincipes is volgens de drie van groot belang. Het erkennen van de god en de godin, het erkennen van zowel het goede als het kwade in je leven en de aandacht voor je omgeving.

En natuurlijk de Wet van Drie, zegt Mercedes. “Alles wat je een ander aandoet, of het nou goed is of kwaad, komt drie keer terug.”

De god en de godin staan symbool voor de mannelijke en de vrouwelijke kracht op aarde. “Anders dan in het christendom”, zegt Rinia. “Daar is al het vrouwelijke onder tafel geveegd. De kerk heeft sowieso geen fraaie geschiedenis: kruistochten, brandstapels – daar wil ik niet bij horen.”

De andere twee knikken instemmend. Sim: “Het christendom zoekt God buiten de mensen. Onzin. En dat idee van Jezus als verlosser; ik verlos mezelf wel.”

“De kerk heeft veel van de oude rituelen gewoon overgenomen”, zegt Mercedes, “Pasen komt van het vruchtbaarheidsfeest Ostara, kerst van midwinter, Allerheiligen van Samhain, het moment waarop het nieuwe heksenjaar begint.”

De meeste wiccarituelen beginnen met het trekken van een cirkel om de deelnemers. Mercedes: “Je creëert een tussenwereld. Binnenin die cirkel laat je alleen toe wat je voor het ritueel nodig hebt – zowel fysiek als mentaal. Dus ook bepaalde gedachten moeten erbuiten blijven.”

De vier windstreken worden aangeroepen als wachters. Wat er verder in de cirkel gebeurt, hangt van het ritueel af. “Met Ostara verwelkomen we de zomer en brengen we eieren in de cirkel als symbool van nieuw leven”, zegt Mercedes. “Halloween gaat over afscheid nemen – dan gedenken we de doden, en dat maakt vaak heftige emoties los.”

Sim: “De thema’s van de jaarfeesten betrek je op je eigen leven. Met het oogstfeest formuleer je bijvoorbeeld wat je het afgelopen seizoen zelf geoogst hebt. Zo dwingen processen in de natuur je naar jezelf te kijken. Het is soms een enorme confrontatie met jezelf.”

Om die confrontatie gaat het uiteindelijk, vinden de drie.

Rinia: “Daarin verschillen new age en wicca van elkaar. New-agemensen denken: ik koop een leuke steen en die lost mijn problemen op. Voor ons is het: ik loop hier tegenaan, dus ik moet dit zelf oplossen.”

Het heksencafé heeft moeilijke perioden gekend. Rinia: “Er kwamen bezoekers die vonden dat alles anders moest. Er was veel roddel en achterklap. Dan denk je: waar doe ik dit voor?”

Sim: “Het café trekt soms vreemde mensen aan. Laatst nog hadden we een man die beweerde dat hij God was. En door Harry Potter waren we bang dat naïeve lezers naar ons café zouden komen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Als je op zoek bent naar een toverschool, kom je bij ons bedrogen uit.”

Mercedes: “We hebben nu elke maand een redelijk vaste groep bezoekers. De meesten zijn rond de dertig, veertig jaar en serieus met paganisme bezig. Zo willen we het houden.”

“Het gaat goed nu”, zegt Rinia. “Mensen moeten ons zelf vinden. Overtuigen en binnenhalen doen we niet. Als religie te veel invloed krijgt, wordt het een bron van ellende. Laat wicca maar lekker klein blijven.”

http://www.trouw.nl/deverdieping/religie_filosofie/

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken

de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken


elk chinees symbool heeft diverse bijbetekenissen, vertaling met slechts één woord maakt een meerdimensionaal ‘plaatje’ tot een platte tekst.

Om de meer-dimensionaliteit van chinese klassieken invoelbaar te maken, zou je eigenlijk bij elk symbool de diverse bijbetekenissen moeten plaatsen, zodat je bij elke nieuwe lezing van de tekst telkens weer opnieuw een ander vertaalspoor kan volgen, net zoals je bij een tarot-legging dezelfde reeks plaatjes telkens anders kan duiden.

Goede voorbeelden in dit opzicht zijn:

‘tao te ching’ the definitive edition (Jonathan Star)
‘i ching’ het klassieke chinese boek der veranderingen, nieuwe vertaling en corcodantie (geschreven door Rudolf Ritsema & Stephen Karcher, vertaald door Ria van Hengel)

In discussie met Adonai

In discussie met Adonai


In het boek Job gaat de hoofdpersoon de discussie aan met Adonai, dit thema kom je met name in de joodse cultuur tegen.

De redenering is als volgt:
Wij mensen hebben een convenant met Adonai, waarin wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd, waarop we elkaar kunnen aanspreken.

Het is een godsbeeld dat me wel aanspreekt!

What if God was one of us (Joan Osborne)

What if God was one of us (Joan Osborne)



 

If God had a name what would it be?
And would you call it to his face?
If you were faced with him
In all his glory
What would you ask if you had just one question?

*And yeah, yeah, God is great
Yeah, yeah, God is good
Yeah, yeah, yeah-yeah-yeah

What if God was one of us?
Just a slob like one of us
Just a stranger on the bus
Trying to make his way home

If God had a face what would it look like?
And would you want to see
If seeing meant that
you would have to believe
in things like heaven and in Jesus and the saints
and all the prophets (*)

Trying to make his way home
Back up to heaven all alone
Nobody calling on the phone
‘cept for the Pope maybe in Rome(*)

Just trying to make his way home
Like a holy rolling stone
Back up to heaven all alone
Just trying to make his way home
Nobody calling on the phone
‘cept for the Pope maybe in Rome

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma

The Battle of Kurukshetra: Arjuna’s Dilemma


dhritirashtra:

Ranged thus for battle on the sacred plain on kurukshetra – say, sanjaya!
Say what wrought my people, and the pandavas?

sanjaya:

When he beheld the host of pandavas raja duryodhana to drona drew, and spake these words:

“ah, guru! See this line, how vast it is of pandu fighting-men, embattled by the son of drupada, thy scholar in the war!

Therein stand ranked chiefs like arjuna, like to bhima chiefs, benders of bows; virata, yuyudhan, drupada, eminent upon his car, dhrishtaket, chekitan, kasi’s stout lord, purujit, kuntibhoj, and saivya, with yudhamanyu, and uttamauj subhadra’s child; and drupadi’s; – all famed!

All mounted on their shining chariots!

On our side, too, – thou best of brahmans!

See excellent chiefs, commanders of my line, whose names i joy to count: thyself the first, then bhishma, karna, kripa fierce in fight, vikarna, aswatthaman; next to these strong saumadatti, with full many more valiant and tried, ready this day to die for me their king, each with his weapon grasped, each skilful in the field.
Weakest – meseems our battle shows where bhishma holds command, and bhima, fronting him, something too strong!

Have care our captains nigh to bhishma’s ranks prepare what help they may!

Now, blow my shell!”

Then, at the signal of the aged king, with blare to wake the blood, rolling around like to a lion’s roar, the trumpeter blew the great conch; and, at the noise of it, trumpets and drums, cymbals and gongs and horns burst into sudden clamor; as the blasts of loosened tempest, such the tumult seemed!

Then might be seen, upon their car of gold yoked with white steeds, blowing their battle-shells, krishna the god, arjuna at his side: krishna, with knotted locks, blew his great conch carved of the “giant’s bone;” arjuna blew indra’s loud gift; bhima the terrible wolf-bellied bhima – blew a long reed-conch; and yudhisthira, kunti’s blameless son, winded a mighty shell, “victory’s voice;” and nakula blew shrill upon his conch named the “sweet-sounding,” sahadev on his called “gem-bedecked,” and kasi’s prince on his. Sikhandi on his car, dhrishtadyumn, virata, satyaki the unsubdued, drupada, with his sons, (o lord of earth!) Long-armed subhadra’s children, all blew loud, so that the clangor shook their foemen’s hearts, with quaking earth and thundering heav’n.

Then ’twas beholding dhritirashtra’s battle set, weapons unsheathing, bows drawn forth, the war instant to break – arjun, whose ensign-badge was hanuman the monkey, spake this thing to krishna the divine, his charioteer:

“drive, dauntless one!

To yonder open ground betwixt the armies; i would see more nigh these who will fight with us, those we must slay to-day, in war’s arbitrament; for, sure, on bloodshed all are bent who throng this plain, obeying dhritirashtra’s sinful son.”

Thus, by arjuna prayed (o bharata!) Between the hosts that heavenly charioteer drove the bright car, reining its milk-white steeds where bhishma led, and drona, and their lords.

“see!” spake he to arjuna, “where they stand, thy kindred of the kurus:”

And the prince marked on each hand the kinsmen of his house, grandsires and sires, uncles and brothers and sons, cousins and sons-in-law and nephews, mixed with friends and honored elders; some this side, some that side ranged: and, seeing those opposed, such kith grown enemies – arjuna’s heart melted with pity, while he uttered this:

arjuna:

Krishna!

As i behold, come here to shed their common blood, yon concourse of our kin, my members fail, my tongue dries in my mouth, a shudder thrills my body, and my hair bristles with horror; from my weak hand slips gandiv, the goodly bow; a fever burns my skin to parching; hardly may i stand; the life within me seems to swim and faint; nothing do i foresee save woe and wail! It is not good, o keshav!

Nought of good can spring from mutual slaughter!

Lo, i hate triumph and domination, wealth and ease, thus sadly won!

Aho!

What victory can bring delight, govinda! What rich spoils could profit; what rule recompense; what span of life itself seem sweet, bought with such blood?

Seeing that these stand here, ready to die, for whose sake life was fair, and pleasure pleased, and power grew precious: – grandsires, sires, and sons.

Brothers, and fathers-in-law, and sons-in-law, elders and friends!

Shall i deal death on these even though they seek to slay us?

Not one blow, o madhusudan! Will i strike to gain the rule of all three worlds; then, how much less to seize an earthly kingdom!

Killing these must breed but anguish, krishna!

If they be guilty, we shall grow guilty by their deaths; their sins will light on us, if we shall slay those sons of dhritirashtra, and our kin; what peace could come of that, o madhava?

For if indeed, blinded by lust and wrath, these cannot see, or will not see, the sin of kingly lines o’erthrown and kinsmen slain, how should not we, who see, shun such a crime we who perceive the guilt and feel the shame oh, thou delight of men, janardana?

By overthrow of houses perisheth their sweet continuous household piety, and – rites neglected, piety extinct enters impiety upon that home; its women grow unwomaned, whence there spring mad passions, and the mingling-up of castes, sending a hell-ward road that family, and whoso wrought its doom by wicked wrath.

Nay, and the souls of honored ancestors fall from their place of peace, being bereft of funeral-cakes and the wan death-water.

So teach our holy hymns.

Thus, if we slay kinsfolk and friends for love of earthly power, ahovat!

What an evil fault it were!
Better i deem it, if my kinsmen strike, to face them weaponless, and bare my breast to shaft and spear, than answer blow with blow.

So speaking, in the face of those two hosts, arjuna sank upon his chariot-seat, and let fall bow and arrows, sick at heart.

Ping: https://sacred-texts.com/hin/gita/bg01.htm

Meditatie en Krijgskunst

Meditatie en Krijgskunst


Zen is de japanse versie van Ch’an; Ch’an is de chinese versie van dhyana, een specifieke meditatievorm: ‘zit stil en doe niets’.
De oervorm van Dhyana kan je terugvinden in de Bhagavat Gita
In het kort komt de techniek er op neer, dat je probeert om voortdurend bewust te blijven bij al je fysieke en psychische processen, niet alleen tijdens meditatie maar ook tijdens het dagelijkse handelen (eten, vrijen, werken etc).
Vanouds is er een verband gelegd tussen Zen & Krijgskunst, het was een meditatievorm die de samurai zeer aansprak. Miyamoto Musashi is een goed voorbeeld!
Hetzelfde verband kan je leggen tussen de oervorm Dhyana en Krijgskunst:
in de Bhagavad Gita spreekt de wagenmenner Krishna met de krijgsheer Arjuna over de manier waarop hij ten midden van de burgeroorlog toch zijn meditatie kon beoefenen.
Het bedrijven van de combinatie Meditatie & Krijgskunst is een leefwijze, die in de oorspronkelijke vorm haaks staat op Flower Power/New Age; in moderne ogen is iemand als Musashi een zwervende seriemoordenaar.
En bedenk eens, hoeveel Japanse militairen waren er tijdens de Wereldoorlog niet geinspireerd door de Bushido-versie van Zen?
De oervorm van de Bushido-filosofie is de filosofie van de Xia: deze verwijst naar het concept van een rechtvaardig mens die vanuit zijn/haar innerlijke waarheid onrecht desnoods met geweld bestrijdt.
In tegenstelling tot de Bushido, staat de Xia los van het feodale stelsel; er is nadruk op trouw aan eigen overtuiging in plaats van trouw aan ‘het bevoegd gezag’.

Remember 911

Remember 911


In memoriam Salvador Allende On September 11, 1973, a coup led by Augusto Pinochet (See Chilean coup of 1973) resulted in the overthrow of Allende and the establishment of a military dictatorship. (CBS) The CIA is acknowledging for the first time the extent of its deep involvement in Chile, where it dealt with coup-plotters, false propagandists and assassins.

If I Were A Rich Man

If I Were A Rich Man



“Dear God, you made many, many poor people.
I realize, of course, that it’s no shame to be poor.
But it’s no great honor either!
So, what would have been so terrible if I had a small fortune?”

If I were a rich man,
Yubby dibby dibby dibby dibby dibby dibby dum.
All day long I’d biddy biddy bum.
If I were a wealthy man.
I wouldn’t have to work hard.
Ya ha deedle deedle, bubba bubba deedle deedle dum.
If I were a biddy biddy rich,
Idle-diddle-daidle-daidle man.

I’d build a big tall house with rooms by the dozen,
Right in the middle of the town.
A fine tin roof with real wooden floors below.
There would be one long staircase just going up,
And one even longer coming down,
And one more leading nowhere, just for show.

I’d fill my yard with chicks and turkeys and geese and ducks
For the town to see and hear.
(Insert)Squawking just as noisily as they can. (End Insert)
With each loud “cheep” “swaqwk” “honk” “quack”
Would land like a trumpet on the ear,
As if to say “Here lives a wealthy man.”

If I were a rich man,
Yubby dibby dibby dibby dibby dibby dibby dum.
All day long I’d biddy biddy bum.
If I were a wealthy man.
I wouldn’t have to work hard.
Yubby dibby dibby dibby dibby dibby dibby dum.
If I were a biddy biddy rich,
Idle-diddle-daidle-daidle man.

I’d see my wife, my Golde, looking like a rich man’s wife
With a proper double-chin.
Supervising meals to her heart’s delight.
I see her putting on airs and strutting like a peacock.
Oy, what a happy mood she’s in.
Screaming at the servants, day and night.

The most important men in town would come to fawn on me!
They would ask me to advise them,
Like a Solomon the Wise.
“If you please, Reb Tevye…”
“Pardon me, Reb Tevye…”
Posing problems that would cross a rabbi’s eyes!

And it won’t make one bit of difference if i answer right or wrong.
When you’re rich, they think you really know!

If I were rich, I’d have the time that I lack
To sit in the synagogue and pray.
And maybe have a seat by the Eastern wall.
And I’d discuss the holy books with the learned men, several hours every day.
That would be the sweetest thing of all.

If I were a rich man,
Yubby dibby dibby dibby dibby dibby dibby dum.
All day long I’d biddy biddy bum.
If I were a wealthy man.
I wouldn’t have to work hard.
Idle-diddle-daidle-daidle man.

Lord who made the lion and the lamb,
You decreed I should be what I am.
Would it spoil some vast eternal plan?
If I were a wealthy man.

 

Ping:https://en.wikipedia.org/wiki/If_I_Were_a_Rich_Man_(song)

Lichtende wielen

Lichtende wielen


Bron:KNMI
Zo nu en dan komen er bij het KNMI vragen binnen waarop geen bevredigend antwoord gegeven kan worden.
Recentelijk werd onze aandacht weer eens gevestigd op een mysterieus verschijnsel: ‘lichtende wielen’.
Al zeker honderd jaar worden er op zee dergelijke verschijnselen waargenomen waarvoor nog steeds geen fatsoenlijke verklaring is.
‘Lichtende wielen’, of ‘phosphorescent wheels/rings’ of ‘oceanic light wheels’, zijn lichtgevende verschijnselen die aan boord van schepen in vooral de Indische Oceaan, Perzische Golf en de Zuid-Chinese Zee zijn waargenomen.
Er is in de loop der jaren veel over geschreven en verschillende mogelijke oorzaken zijn de revue gepasseerd, van biologische tot seismische bronnen en zelfs mogelijke verbanden met UFO’s en graancirkels.

‘Lichtende wielen’ komen voor in veel verschijningsvormen en zijn vaak samen gezien met ‘lichtende parallelle banden’ of ‘lichtende roterende spaken’.
Soms één en soms meerdere wielen, links- of rechtsom draaiend, met een diameter tussen 3m en 200m, soms ogenschijnlijk zich uitstrekkend tot de horizon.
Soms werden deze fenomenen waargenomen onder water, maar ook vlak boven water.
Ook worden in dit verband ‘onder water opstijgende en aan het oppervlak exploderende bollen licht’ en ‘onderzeese lichtstralen’ gezien. Kortom een zeer uiteenlopend, maar ook zeer intrigerend verschijnsel.

Het is opmerkelijk, dat ook in andere landen geen waarnemingen van ‘lichtende wielen’ zijn ontvangen uit de tijd dat er alleen nog maar zeilschepen voeren. Alle waarnemingen komen van gemotoriseerde schepen. Hoewel bioluminescentie (want daar heeft het alles mee te maken) ook in de zeiltijd werd gemeld (melkzeeën en zeevonk), heeft nooit een zeeman ooit van een dergelijk dramatisch verschijnsel gerept.
Verband
Tussen alle vermeldingen van ‘lichtende wielen’ bestaat enig verband.
Zo is de geografische positie meestal in de noordelijke randzeeën van de Indische Oceaan en in de Zuid-Chinese Zee, vooral bij waterdieptes van minder dan honderd vadem (circa 200m),

Verklaringen?
In de loop de jaren zijn er verschillende verklaringen gegeven voor het verschijnsel ‘lichtend wiel’. Tot op heden geeft echter niet een ervan een volledig sluitende uitleg.
Hieronder worden een aantal van de theorieën weergegeven.

Tydeman, Verploegh
Vice-admiraal G.F. Tydeman heeft het verschijnsel beschreven (1911) als een samenspel van lichtende plankton organismen, zeegolven en de boeggolf van het schip.
Later (1921) breidde hij zijn theorie verder uit na een waarneming van een lichtend wiel boven water.
Tydeman verklaarde dit door te veronderstellen dat de golven als een soort lens werkten en het door het plankton uitgestraalde licht op een dunne nevel boven het water projecteerden. Later werd deze theorie door G. Verploegh verder uitgewerkt (1958).

Kalle
De Duitser Kalle beschreef (1960) het verband tussen ‘lichtende wielen’ en ‘uit zee opstijgende lichtbollen’, een ander zelden waargenomen fenomeen.
‘Opstijgende lichtbollen’ worden beschreven als het opstijgen van bollen lichtend water, die aan de oppervlakte lijken te ‘exploderen’ en zich daar cirkelvormig uitbreiden.
Deze verschijnselen hebben mogelijk weer een verband met waarnemingen van ‘aan- en uitflitsende zoeklichten onder water’.
Kalle legde een verband tussen deze verschijnselen en schokgolven, veroorzaakt door zeebevingen.
In diep water, verklaarde Kalle, zouden de schokgolven aanleiding geven tot het ‘opstijgende lichtende bollen’ effect.
In ondiep water echter, zou door de weerkaatsing van de schokgolf tussen de zeebodem en het zeeoppervlak een ingewikkelder patroon, overeenkomend met de ‘lichtende wielen’, ontstaan. Hierbij zou het Moiré-effect een ondersteundende verklaring kunnen zijn.
Het Moiré-effect is de benaming van een optisch verschijnsel, waarbij twee roosters, onafhankelijk van elkaar, over elkaar heen bewegen en min of meer willekeurige patronen tonen.
Otto trekt de veronderstellingen van Kalle echter in twijfel (1979).
Hij merkt op dat waarnemingen van ‘lichtende bollen’ vrijwel uitsluitend worden gemeld van de route tussen Sokotra en Ceylon en vrijwel niet uit de Golf van Bengalen of oostelijker, terwijl de meeste ‘lichtende wielen’ juist oostelijker worden gesignaleerd.
Ook roept het beschreven mechanisme van de schokgolven nog de nodige vragen op en bovenal is tot op heden nog nooit een direct verband aangetoond tussen de optische verschijnselen en zeebevingen.
De meldingen van ‘lichtende bollen en wielen’ overlappen slechts gedeeltelijk de seismisch actieve gebieden.

Verploegh
Verploegh verdedigde (1968) zijn uitgewerkte theorie van Tydeman.
Hij verklaarde daarin vooral de perspectivische vertekeningen, die door de waarnemers van ‘lichtende wielen’ zo vaak werden vermeld (kromme spaken, lichtflitsen), als gevolg van de lenswerking van de golven.

Herring en Horsman
In het blad The Marine Observer werd door de jaren heen geregeld melding gemaakt van lichtende wielen.
Deskundige Herring en Horsman hebben hier geregeld hun deskundige visie op gegeven.
In een interessant artikel (1985) bespreken zij een aantal mogelijke oorzaken.
Zo zou Staples (1966) voorgesteld hebben dat electrolumeniscentie de oorzaak was.
Een schokgolf zou licht kunnen opwekken in zuurstofbellen die door phytoplankton, onder invloed van het zonlicht, overdag worden geproduceerd als gevolg van photosynthese.
Onder speciale omstandigheden zouden geluidsgolven en cavitatie tot zelfde resultaten kunnen leiden.
Herring en Horsman stellen echter dat het onwaarschijnlijk lijkt dat dergelijke zuurstofbellen in tact kunnen blijven tot het donker is (wanneer de verschijnselen gezien kunnen worden) en er geen photosynthese meer plaats vindt.
Zij denken dat het licht door bioluminiscentie, geproduceerd door kleine in het water levende lichtgevende organismen, wordt veroorzaakt.
Vooral Dinoflagellaten, een groep van ééncellige algen, waartoe ook zeevonk behoort, komen hiervoor in aanmerking.

Een ander probleem is de verklaring van de bijzondere patronen.
Een Russische schrijver Tarasov (1956) probeerde ze uit te leggen als zijnde draaibewegingen in het water, terwijl Leslie en Adamski (1953) ze beschouwden als aanwijzingen van buitenaardse bezoeken door UFO’s.
Hilder (1962) interpreteerde de patronen als zijnde een magnetische bijzonderheid, veroorzaakt door een combinatie van plaatselijke variaties in het aardmagnetische veld en de magnetische effecten van staal en ijzer van de schepen.
Dit laatste komt in ieder geval overeen met het feit dat er geen waarnemingen bekend zijn uit de tijd van de houten schepen.
Het geeft echter geen duidelijke uitleg aan de patronen (banden en wielen).

Herring en Widder
Herring en Widder (2001) gaan nogmaals in op de ‘lichtende wielen’.
De schrijvers denken wel in de richting van plankton aan de oppervlakte dat wordt geactiveerd door trillingen, veroorzaakt door scheepsmotoren of door seismische activiteiten, maar kunnen nog geen sluitende verklaring vinden.

Nog niet veel verder
Al met al zijn er verklaringen uit verschillende hoeken, maar nog geen sluitende verklaring voor het gehele fenomeen.
Duidelijk lijkt wel dat er sprake is van bioluminescentie.
Vooral de Coccolithophoren en Dinoflagellaten komen daarvoor in aanmerking.
De eerste groep, de Coccolithophoren, is een algensoort die over de hele wereld (behalve in de poolstreken) voor komt en zelfs vanuit de ruimte te zien is in de vorm van een zgn ‘melkzee’.
Deze bloeigebieden overlappen ook de gebieden waar de ‘lichtende wielen’ worden waargenomen.

Meer waarnemingen
In de loop der jaren zijn er veel waarnemingen van lichtende wielen en vergelijkbare verschijnselen op het KNMI verzameld. Er is een begin gemaakt om deze waarnemingen breder beschikbaar te maken. Deze verzameling breidt zich langzaam uit, zodra meer gegevens digitaal beschikbaar zijn.